Geen overtuigend bewijs, dus bijtelling

30 april 2019

Omdat een directeur niet kan aantonen dat een achteraf opgemaakte rittenadministratie een betrouwbare weergave vormen van het zakelijke gebruik van de auto, geldt voor hem een verzwaarde bewijslast. In plaats van aannemelijk maken moet hij daarom overtuigend bewijs leveren dat hij minder dan 500 kilometers privé heeft gereden.

Een directeur is in loondienst bij een bv. De bv heeft hem een Lexus ter beschikking gesteld. Daarnaast heeft de directeur een Audi als privéauto. In 2014 verzoekt de inspecteur hem gegevens ter beschikking te stellen waaruit blijkt dat hij in 2011 tot en met 2013 niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden in de Lexus te hebben gereden. De directeur levert deze gegevens aan maar de inspecteur accepteert de gegevens niet als afdoende bewijs. Dit komt onder meer doordat hij achteraf een kilometerregistratie aanlevert, die hij na overleg met de inspecteur verbetert. De inspecteur legt naheffingsaanslagen loonbelasting op met een verzuimboete. De directeur stelt in hoger beroep aan de bewijslast te hebben voldaan omdat hij:

  1. een achteraf opgestelde en later verbeterde rittenregistratie heeft aangeleverd, gebaseerd op zijn agenda, door de garage opgestelde kilometerstanden en brandstofbonnen,

  2. een onderbouwing waaruit blijkt dat hij met de Audi per jaar ongeveer 10.000 kilometer heeft gereden,

  3. het gegeven dat hij in de jaren 2015 tot en met 2018 ongeveer hetzelfde aantal zakelijke kilometers heeft gereden als in 2011 tot en met 2013. Dit gegeven baseert hij op een inmiddels aangeschafte en door de Belastingdienst goedgekeurde softwaretool, en

  4. een door hem in mei 2014 opgestelde en ondertekende verklaring dat hij in 2011 tot en met 2013 geen privékilometers met de Lexus heeft gereden.

Hof Den Haag oordeelt dat de bewijslast dat de directeur de Lexus in 2011 tot en met 2013 voor niet meer dan 500 kilometer per kalenderjaar voor privédoeleinden heeft gebruikt bij de directeur ligt. Hij dient dit overtuigend aan te tonen. Hiertoe kan hij een rittenadministratie overleggen of het bewijs op een ander manier aanleveren. Hij heeft niet aangetoond dat de achteraf opgemaakte rittenadministratie een betrouwbare weergave vormen van het zakelijke gebruik van de auto. Hierdoor wordt zijn bewijslast verzwaard, waardoor hij niet kan volstaan met het aannemelijk maken van de door hem gestelde feiten, maar dient hij overtuigend bewijs te leveren. Uit de onderbouwing van de in de verbeterde kilometerstaat geleverde gegevens blijkt niet overtuigend dat hij in 2011 tot en met 2013 jaarlijks niet meer dan 500 privékilometers met de auto heeft gereden. Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Het gebruik van een ter beschikking gestelde auto voor privédoeleinden blijft onderwerp van discussie, hoewel de regels om aan te tonen dat er geen sprake is van privégebruik van meer dan 500 kilometer op kalenderjaarbasis inmiddels wel duidelijk zijn. Door sommigen worden de administratieve lasten van een kilometeradministratie als te zwaar ervaren. Goedgekeurde software voor de kilometeradministratie is dan een goed alternatief, maar de gegevens daaruit gelden dan niet voor de kalenderjaren waarvoor een kilometeradministratie of een andere manier van bewijs ontbreekt.

Wet: art. 13bis Wet LB 1964
Jurisprudentie: Hof Den Haag 26-2-2019, nr. BK-18/00656 t/m BK-18/00658, (ECLI:NL:GHDHA:2019:447), Rb. Den Haag 12-4-2018 nr. SGR 17/6126, SGR 17/6128 en SGR 17/6132, (ECLI:NL:RBDHA:2018:4365)

Loonzaken/Jacqueline Nietveld