150-kilometergrens doorslaggevend

16 april 2019

Doordat een werknemer, voordat hij een dienstbetrekking aanvaarde in Nederland, binnen de 150-kilometergrens in Duistland woonde, is de 30%-regeling niet van toepassing.

Een werknemer uit India is voor zijn studie in 2011 naar Duitsland gekomen. In 2014 behaalde hij zijn Master. Tot in 2015 was hij in loondienst voor een Duitse werkgever. Daarna is hij in Nederland in loondienst getreden bij een Nederlandse werkgever. In 2016 is hij in Nederland gaan wonen. Een verzoek om toepassing van de 30%-regeling heeft de inspecteur geweigerd. In geschil voor de rechtbank is of deze afwijzing terecht is. Partijen zijn het erover eens dat de werknemer uit het buitenland is aangeworven, omdat hij op het moment van het sluiten van de Nederlandse arbeidsovereenkomst nog in Duitsland woonde. De vraag is of de werknemer gedurende meer dan twee derde van de periode van 24 maanden voorafgaand aan de tewerkstelling in Nederland buiten de zogenoemde 150-kilometergrens woonde. De rechtbank oordeelt dat de werknemer in die periode in Duitsland woonde, binnen de 150-kilometergrens. De 30%-regeling is daardoor niet van toepassing. De werknemer beschikte namelijk in Duitsland over een woonruimte, waar hij verbleef en waar hij werkte en studeerde. In zijn aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2015 heeft hij zelf Duitsland als zijn woonplaats aangegeven. Ondanks dat de werknemer had aangevoerd dat zijn verblijf in Duitsland tijdelijk was, zijn werk onzeker was, zijn vriendin in India woonde en hij daar vastgoed bezat, rechtvaardigen volgens de Rechtbank geen ander oordeel. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

De rechtbank beoordeelt de plaats waar de werknemer woont op grond van de AWR. De plaats waar iemand woont moet naar de omstandigheden worden beoordeeld. Zaken die daarbij een rol spelen zijn de nationaliteit, de plaats waar iemand woont, de plaats waar iemand is ingeschreven in het bevolkingsregister, de plaats waar zijn gezin woont (indien van toepassing), de plaats waar iemand werkt, waarmee hij een financiële band heeft, de plaats waar iemand van plan is te blijven. Hierbij is niet een zaak doorslaggevend, maar moeten alle zaken in hun onderlinge samenhang bezien worden. Het gaat om de vaststelling van een duurzame band van persoonlijke aard met de plaats. Een recente uitspraak over de woonplaatsbepaling is gedaan door Hof Den Haag op 30 mei 2018.

Wet: art. 31a Wet LB 1964

Jurisprudentie: Rb. Zeeland-West-Brabant 16-8-2018, nr. AWB – 17_3565 (ECLI:NL:RBZWB:2018:5470) (gepubl. 19-03-2019); HR 21-12-2018, nr. 18/02981 (ECLI:NL:HR:2018:2420), Hof Den Haag 30-5-2018, nr. BK-17/00890 t/m BK-17/00893, (ECLI:NL:GHDHA:2018:1780)

Loonzaken/Jacqueline Nietveld