VAR-wuo blijft geldig

09 april 2019

Doordat een VAR-wuo per 15 oktober 2013 is herzien in een VAR-loon die geldig is van 15 oktober tot en met 31 december 2013, moet voor de aanslag ZVW voor het eerste deel van het jaar worden uitgegaan van winst uit onderneming en voor het laatste deel van loon uit dienstbetrekking.

Een verpleegkundige beschikt voor 2013 over een VAR-wuo (winst uit onderneming). Met dagtekening 15 oktober 2013 herziet de Belastingdienst de VAR-wuo in een VAR-loon. Daarbij is vermeld dat deze verklaring geldig is vanaf 15 oktober 2013 tot en met 31 december 2013. De verpleegkundige geeft zijn inkomsten uit 2013 echter volledig op als wuo. De inspecteur meent dat het volledige inkomen als loon kwalificeert. Hij corrigeert op basis van dit standpunt de aanslag ZVW 2013.

Vanwege vergelijkbaarheid met een eerdere procedure, komt de rechtbank tot het oordeel dat inderdaad sprake is van inkomsten uit dienstbetrekking en dus van loon. Vervolgens is de vraag of de verpleegkundige in dit geval aan de afgegeven VAR-wuo het in rechte te honoreren vertrouwen kan ontlenen dat de voordelen die hij geniet, winst uit onderneming vormen. De door de inspecteur gestelde terugwerkende kracht is niet geformaliseerd in de afgegeven beschikking. Als uitgangspunt geldt daarom dat de verpleegkundige beschikt over een rechtsgeldige VAR-wuo voor de periode 1 januari 2013 tot en met 14 oktober 2013. Gelet op het voorgaande kan de verpleegkundige ook voor de ZVW dus in beginsel vertrouwen ontlenen aan de afgegeven VAR-wuo. Dit wordt anders indien sprake is van een onder valse voorwendselen aangevraagde VAR of een vervalste VAR. Gesteld noch gebleken is dat de VAR-wuo is vervalst. De inspecteur heeft naar het oordeel van de rechtbank ook niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een situatie waarin de verpleegkundige onder valse voorwendselen de VAR-verklaring heeft aangevraagd. Het voorgaande brengt mee dat voor de aanslag ZVW van 1 januari tot 15 oktober 2013 de inkomsten aangemerkt dienen te worden als winst uit onderneming en van 15 oktober 2013 tot en met 31 december 2013 als loon uit dienstbetrekking.

Ondanks dat het stelsel van de VAR met ingang van 1 mei 2016 is verlaten, wordt nog regelmatig over de VAR geprocedeerd. Inmiddels wordt nagedacht over een zogenoemde ‘Opdrachtgeversverklaring’. Deze verklaring zal worden afgegeven na het invullen van een webmodule en moet werkgevers de zekerheid geven die zij voorheen aan een VAR-wuo konden ontlenen. Bij het inrichten van dit systeem kan lering worden getrokken uit de procedures rondom het VAR-systeem.

Jurisprudentie: Rb. Gelderland 1-4-2019, nr. AWB 16_7612 (ECLI:NL:RBGEL:2019:1394); Hof Arnhem-Leeuwarden 16-10-2018, nr. 17/01142 (ECLI:NL:GHARL:2018:9053); Rb. Noord-Nederland 24-4-2018, nr. AWB-17_3521 (ECLI:NL:RBNNE:2018:1480); Hoge Raad 16-11-2018, nr. 18/02006 (ECLI:NL:HR:2018:2120)

Loonzaken/Laura Jentink