Anoniementarief wegens ontbreken identiteitsbewijzen

09 april 2019

Doordat gegevens van belang voor de loonheffing en kopieën van identiteitsbewijzen ontbreken wordt het verschil tussen het anoniementarief en de geheven loonbelasting enkelvoudig nageheven. Daardoor kan de werkgever de loonheffing verhalen op zijn werknemers.

Een handelsbedrijf heeft enkele werknemers in dienst. Tijdens een boekenonderzoek heeft de inspecteur onder meer geconstateerd dat in de jaren 2011 tot en met 2014 van alle werknemers de opgave van gegevens van belang voor de loonheffingen ontbreken. Daarnaast is geconstateerd dat van drie werknemers de kopieën van de identiteitsbewijzen ontbraken. De inspecteur heft het verschil tussen het anoniementarief (52%) en de geheven loonbelasting enkelvoudig na. Het anoniementarief is van toepassing indien:

  • de werknemer zijn naam, adres, woonplaats of burgerservicenummer niet aan de inhoudingsplichtige heeft verstrekt;

  • bij een werknemer die loon uit tegenwoordige dienstbetrekking geniet, de inhoudingsplichtige zijn identiteit niet op de voorgeschreven wijze heeft vastgesteld en opgenomen in de loonadministratie.

De werknemer moet zijn naam, adres, woonplaats en burgerservicenummer voor de datum van aanvang van de werkzaamheden, of voor de aanvang van de werkzaamheden indien de dienstbetrekking is overeengekomen op de datum waarop de werkzaamheden aanvangen, schriftelijk, gedagtekend en ondertekend aan de inhoudingsplichtige verstrekken. Bovendien dienen deze gegevens in de administratie van de inhoudingsplichtige te worden bewaard en dus aanwezig te zijn. De gegevens moeten dus schriftelijk, gedagtekend en ondertekend door de werknemer zijn verstrekt en dienen door de inhoudingsplichtige te worden bewaard. Als de verstrekking van naam, adres of woonplaats van de werknemer en het bewaren daarvan niet op deze wijze is gebeurd, moet het anoniementarief worden toegepast. Dit geldt ook in het geval waarin de inhoudingsplichtige langs andere weg van naam, adres en woonplaats van de werknemer op de hoogte is. Dit geldt ook als de gegevens uit eerdere ondernemingen bekend zijn (geweest). Elke onderneming dient immers aan haar (eigen) administratieverplichtingen te voldoen. Elke inhoudingsplichtige is daar zelfstandig verantwoordelijk voor, ook als sprake is van een doorstart van een eerdere onderneming.

Deze procedure laat zien hoe belangrijk het is dat een inhoudingsplichtige zijn loonadministratie goed op orde heeft. De inspecteur had een enkelvoudige naheffingsaanslag opgelegd. Dit betekent dat de inhoudingsplichtige de loonbelasting op de werknemers kan verhalen. Dit levert de inhoudingsplichtige administratieve rompslomp op, en daarbij horende kosten, maar na het verhalen drukt de belasting per saldo niet op de inhoudingsplichtige. De werknemer kan de nageheven belasting opvoeren in haar aangifte inkomstenbelasting en via die weg het verschil tussen het voor de inkomstenbelasting verschuldigde tarief en het nageheven tarief (de ‘te hoge heffing’) terugvragen. Het is goed mogelijk dat de werknemers pas kennis krijgen van de naheffing op het moment dat de inhoudingsplichtige tot verhaal overgaat. Het gaat voor dit commentaar te ver om in te gaan op de (on)mogelijkheden voor werknemers om op dat moment de ‘te hoge heffing’ terug te vragen. Maar het mag duidelijk zijn dat het niet goed is voor de onderlinge verhoudingen als een werknemer belasting aan zijn werkgever moet betalen en hetzelfde bedrag weer via de inkomstenbelasting terug moet halen. Zeker als dit (erg veel) moeite kost. Daar ligt voor deze werkgever misschien wel het grootste belang.

Wet: art. 26b en art. 28 lid 1Wet LB 1964; art. 7.9 Uitv.reg. LB 2011
Jurisprudentie: Rb. Zeeland-West-Brabant 21-12-2018, nr. BRE 17 _ 3749 t/m 17 _ 3753 (gepubl. 3-4-2019) (ECLI:NL:RBZWB:2018:7096), Hof Arnhem-Leeuwarden 16-1-2018, nr. 16/00979 (ECLI:NL:GHARL:2018:442), Hof Arnhem-Leeuwarden 2-8-2016, nr. 15/1206, (ECLI:NL:GHARL:2016:6270), HR 8-6-2007, nr. 42171 (ECLI:NL:HR:2007:AX9096)

Loonzaken/Laura Jentink