Nederlandse studietijd belet toepassing 30%-regeling

20 maart 2019

Heeft een buitenlandse werknemer op het moment van het aangaan van de arbeidsovereenkomst met de Nederlandse werkgever al een Nederlandse woonplaats? Dan is hij niet uit een ander land aangeworven en komt hij niet in aanmerking voor de 30%-regeling.

Een buitenlander is in 2010 naar Nederland gekomen voor studiedoeleinden. In 2012 heeft hij zijn Master of Science Automotive Technology behaald in Nederland. Vanaf 2013 is de buitenlander werkzaam bij een Nederlandse werkgever en is een arbeidsovereenkomst aangegaan. Op 5 december 2014 hebben de buitenlandse werknemer en zijn werkgever een verzocht om toepassing van de 30%-regeling. In geschil bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant is de toepassing van de 30%-regeling, in het bijzonder of de buitenlandse werknemer uit een ander land is aangeworven. Van belang hiervoor is of de buitenlandse werknemer al een woonplaats heeft in Nederland bij het tot stand komen van de arbeidsovereenkomst. De beoordeling of iemand een woonplaats heeft in Nederland moet aan de hand van alle feitelijke omstandigheden worden bepaald. De inspecteur geeft aan dat de buitenlandse werknemer al sinds 2010 in Nederland woont, in ieder geval ten tijde van het aangaan van de arbeidsovereenkomst. De inspecteur noemt verder nog dat de man een studentenkamer had in Nederland tot enkele maanden na het aangaan van de arbeidsovereenkomst. Verder wijst de inspecteur nog op de Nederlandse bankrekening, de verplichting van het hebben van een Nederlandse ziektekostenverzekering, de studiebeurs en stagevergoedingen die hij uit Nederland heeft ontvangen en zijn betaald op Nederlandse bankrekening van de man. Een Nederlands correspondentieadres en de verplichting om op grond van de ‘Scholarship Agreement’ met de Nederlandse school een Nederlandse dienstbetrekking voor minimaal drie jaar te vinden, waren ook in het nadeel van de man. De rechtbank oordeelt dat de werknemer, op wie de bewijslast rust, niet aannemelijk heeft gemaakt vanuit het buitenland te zijn aangeworven.

Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 16-8-2018, nr. AWB - 17 _ 263, (gepubl. 19-3-2019), (ECLI:NL:RBZWB:2018:5471)
Wet: art 31a , tweede lid letter e Wet LB 1964 (tekst 2014), art. 10e UB LB 1965 en art. 4 AWR