Geen dienstbetrekking maar managementovereenkomst

12 maart 2019

Omdat er naast aanknopingspunten voor een dienstbetrekking ook aanknopingspunten zijn voor overeenkomsten van opdracht en er aan de realiteitswaarde van die laatste overeenkomsten niet hoeft te worden getwijfeld, is niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een dienstbetrekking.

Een vennootschap heeft begin 2008 met twee Limiteds managementovereenkomsten gesloten. In de managementovereenkomsten is vastgelegd dat de Limiteds samen de dagelijkse leiding van de vennootschap uitoefenen. De enig aandeelhouders van de Limiteds hebben kort daarop ieder een 24% belang in de vennootschap verkregen. Daarnaast houden deze Limiteds nog belangen in andere vennootschappen. De overige aandelen van de vennootschap zijn in handen van twee (tot 2010 één) andere aandeelhouders. De inspecteur is van mening dat de aandeelhouders van de Limiteds een arbeidsovereenkomst hebben gesloten met de vennootschap. Voor dit standpunt zoekt hij steun bij een uitspraak van de Hoge Raad. De rechtbank geeft aan dat het oordeel van de Hoge Raad op zichzelf niet uitsluit dat de bestuurder zich ook op andere wijze kan hebben verbonden die werkzaamheden te verrichten, namelijk op basis van een overeenkomst tot opdracht. De rechtbank beoordeelt vervolgens of sprake is van een dienstbetrekking tussen de aandeelhouders van de Limiteds en de vennootschap. De rechtbank ziet aanknopingspunten voor een dienstbetrekking, de aandeelhouders van de Limiteds zijn gehouden zich persoonlijk in te zetten voor de vennootschap. Maar er zijn ook aanknopingspunten voor een overeenkomsten van opdracht tussen de Limiteds en de vennootschap. Nu voor beide juridische kwalificaties aanknopingspunten voorhanden zijn, geeft de rechtbank de doorslag aan het gegeven dat de overeenkomsten met de Limiteds zijn afgesloten. De rechtbank acht daarbij van belang dat de inspecteur geen feiten en omstandigheden heeft aangedragen op grond waarvan aan de realiteitswaarde van de managementovereenkomsten of de Limiteds als zodanig moet worden getwijfeld. De rechtbank concludeert dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat in weerwil van de managementovereenkomsten die met de Limiteds zijn gesloten ook nog sprake is van privaatrechtelijke dienstverbanden tussen de aandeelhouders van de Limiteds en de vennootschap. Gelet hierop, heeft de inspecteur evenmin aannemelijk gemaakt dat onder de omstandigheden van dit geval sprake is van een fictieve dienstbetrekking op grond van de gelijkgesteldenregeling.

Enkele jaren geleden heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een natuurlijk persoon een arbeidsovereenkomst heeft met een vennootschap als die persoon zich heeft verbonden om voor die vennootschap tegen loon werkzaam te zijn als statutair bestuurder. Deze uitspraak kan niet één op één worden doorgetrokken naar een situatie waarin vennootschappen als statutair bestuurder zijn aangesteld.

Jurisprudentie: Rb. Gelderland 13-2-2019, nr. AWB-17_3394, (ECLI:NL:RBGEL:2019:918), HR 22-3-2013, nr. 12/02909, (ECLI:NL:HR:2013:BY9295), HR 14 februari 2014, nr. 13/00475, ECLI:NL:HR:2014:283
Wet: Rariteitenbesluit (KB 24 december 1986, Stb. 1986, 655)

Loonzaken/Laura Jentink