Ambtenaar blijft gedurende vakantieperiode premieplichtig

06 maart 2019

Is een werknemer nog in dienstbetrekking werkzaam als hij vakantiedagen opneemt bij zijn oude werkgever en werkzaamheden verricht in het VK bij zijn nieuwe werkgever? Bij bevestigende beantwoording is de werknemer premieplichtig in Nederland gebleven, ondanks het verrichten van werkzaamheden in het VK.

Een universitair hoofddocent Orthopedie en Neurochirurgie bij een faculteit Diergeneeskunde van een Nederlandse universiteit is aangesteld voor de periode vanaf 1 april 2012 tot 2 juni 2015. Vanaf 16 maart 2015 is de man in dienst getreden bij de Royal Veterinary College in het Verenigd Koninkrijk als professor in Veterinary orthopaedics. De hoofddocent heeft van 3 maart 2015 tot 1 juni 2015 zijn vakantiedagen opgenomen bij de Nederlandse universiteit. De man heeft in eerste instantie van de Sociale Verzekeringsbank bericht ontvangen dat hij in Nederland vanaf 15 maart 2015 niet meer premieplichtig is. Later komt de SVB daarop terug. In geschil bij Rechtbank Gelderland is de premieplicht van de hoofddocent in Nederland vanaf 17 maart 2015 tot en met 1 juni 2015. De docent meent dat hij niet langer premieplichtig is in Nederland, omdat hij vanaf 16 maart 2015 werkzaamheden verricht in het VK. De rechtbank geeft aan dat volgens het Hof van Justitie EU iemand gedurende de periode van verlof geacht wordt nog werkzaamheden in loondienst uit te oefenen, als hij volgens de nationale socialezekerheidswetgeving geacht wordt in loondienst werkzaamheden uit te oefenen. Dat is hier het geval. Van belang is dat de docent tot en met 1 juni 2015 is aangesteld bij de Nederlandse universiteit. Daardoor is de docent verzekerd in de lidstaat waaronder de dienst ressorteert en dat is Nederland. De rechtbank is het met de hoofddocent eens, dat de berichtgeving door de SVB verwarring kon scheppen. Dit laat onverlet dat de SVB op haar beslissing heeft kunnen terugkomen. De docent is in Nederland premieplichtig gebleven tot en met 1 juni 2015.

Bron: Rb. Gelderland 25-2-2019, nr. AWB - 18 _ 2791 (gepubl. 4-3-2019) (ECLI:NL:RBGEL:2019:767)
Wet: art. 6 Wfsv , art. 6 en 6a AOW , Verordening 29 april 2004, (EG) nr. 883/2004