Doorbetaalde reisdagen zijn werkdagen

05 maart 2019

Als de Belastingdienst een werknemer vanwege arbeid in het buitenland een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting moet verlenen, vormen reisdagen ook in het buitenland gewerkte dagen.

Een in Nederland wonende werknemer met de Nederlandse nationaliteit, werkt in 2011 tot en met 2014 op een project voor zijn werkgever in Frans Guyana. Het gaat om het op diepte en breedte maken en houden van de haven van Cayenne. De werkzaamheden worden op een schip uitgevoerd. Daarnaast werkt hij in die jaren een aantal dagen in de territoriale wateren van Suriname. In de bezwaarfase tegen de aanslagen IB/Pvv van de werknemer houdt de inspecteur rekening met een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting voor de werkzaamheden in Frans Guyana. De reisdagen van en naar Frans Guyana neemt hij daarbij voor de helft mee in de teller van de dagenbreuk. In geschil voor de rechtbank is of de reisdagen van en naar Frans Guyana geheel of gedeeltelijk in de teller van de dagenbreuk moeten worden meegenomen. De rechtbank overweegt dat het belastingverdrag tussen Nederland en Frankrijk van toepassing is en dat op grond van dit Verdrag Frankrijk heffingsbevoegd is over het loon verkregen voor de werkzaamheden in Frans Guyana. De beloning voor de werkzaamheden in Frans Guyana kan niet rechtstreeks, bijvoorbeeld op grond van salarisspecificaties of de arbeidsovereenkomst, worden vastgesteld. Daarom moet de beloning tijdsevenredig, dus aan de hand van de dagenbreuk worden vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat de reisdagen werden doorbetaald aan de werknemer en daarom in elk geval in de noemer van de dagenbreuk moeten worden meegenomen. De teller bestaat uit het aantal dagen waarop daadwerkelijk in de werkstaat is gewerkt. Omdat de werknemer ofwel vanuit Frans Guyana is vertrokken ofwel daar is aangekomen, is sprake van dagen waarop daadwerkelijk in de werkstaat is gewerkt. Dat de werknemer zich niet de hele dag op het grondgebied van de werkstaat bevond, maakt dit oordeel niet anders. Het loon dat de werknemer voor de reisdagen van en naar Frans Guyana heeft gekregen, moet aangemerkt worden als een beloning voor de in Frans Guyana uitgeoefende dienstbetrekking en moet aan Frans Guyana worden toegerekend. Hieruit volgt dat voor de berekening van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting de reisdagen van en naar Frans Guyana zowel in de teller als in de noemer van de dagenbreuk geheel moeten worden meegenomen. De rechtbank verklaart de beroepen gegrond en verminder de aanslagen.

De Hoge Raad oordeelde in een arrest uit 2005 dat de breuk voor de tijdsevenredige toerekening van het loon aan de werkstaat, de dagenbreuk, bestaat uit een teller gevormd door het aantal dagen waarop daadwerkelijk in de werkstaat is gewerkt en een noemer waarin het aantal kalenderdagen van het desbetreffende jaar, verminderd met de weekeinddagen, de overeengekomen vakantiedagen, en de feestdagen en dergelijke waarop niet behoefde te worden gewerkt.

Wet: art. 3 en art. 15 Belastingverdrag Nederland - Frankrijk

Jurisprudentie: Rb. Noord-Nederland 19-2-2019, nrs. LEE 18/1737, 18/1738, 18/1739 en 18/1740 (ECLI:NL:RBNNE:2019:725); HR 23-9-2005, nr. 40179 (ECLI:NL:HR:2005:AP1424)

Loonzaken/Jacqueline Nietveld