Bij betaling uit onbelaste vergoeding geen aftrek

07 februari 2019

In beginsel mag de inspecteur bij het vaststellen van een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen uitgaan van de juistheid van de gegevens uit de aangifte. Brengt een belastingplichtige in enig jaar scholingskosten in aftrek bij zijn aangifte IB dan is dat volgens Hof Arnhem-Leeuwarden nog geen reden om aan de aanslag te twijfelen. Blijkt later dat de kosten ook onbelast waren vergoed door de werkgever, dan is er sprake van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt.

Tot 1 juli 2013 is een werknemer in dienst van het UWV. De werkgever wil de werknemer ontslaan en betaalt hem een beëindigingsvergoeding van € 41.033 bruto, waarvan de werknemer € 9.400 onbelast ontving, waarvan € 4.750 voor outplacement, € 4.250 als vergoeding voor een opleiding en € 400 voor boeken. In zijn aangifte IB over 2013 brengt de ex-werknemer vervolgens € 8.900 als scholingsuitgaven in aftrek. De aanslag is conform de aangifte vastgesteld.

Bij controle van de aangifte over 2015 komt de inspecteur er achter dat de man in 2013 scholingsuitgaven in mindering heeft gebracht. Na een informatieverzoek van de inspecteur heeft de man aangegeven dat de opleiding was bekostigd uit het onbelaste ontvangen gedeelte van de ontbindingsovereenkomst. Die scholingskosten had de man dus niet in zijn aangifte in aftrek mogen brengen, omdat de kosten niet op hem hebben gedrukt.

In geschil bij Hof Arnhem-Leeuwarden is of sprake is van een nieuw feit of een ambtelijk verzuim. Het hof oordeelt dat de inspecteur in beginsel bij het vaststellen van een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen mag uitgaan van de juistheid van de gegevens uit de aangifte. Alleen als de inspecteur aan de juistheid van enig in de aangifte opgenomen gegeven in redelijkheid behoort te twijfelen, moet hij extra onderzoek verrichten.

Volgens het hof is het zeer wel mogelijk dat de ex-werknemer een opleiding heeft gevolgd die hij zelf heeft bekostigd, of dat de scholingskosten door hem waren betaald anders dan uit de onbelaste vergoeding. Op grond van de in aftrek gebrachte bedragen hoefde de inspecteur nog niet te twijfelen aan de juistheid van de in aftrek gebrachte bedragen. Zelfs bij raadpleging door de inspecteur van de gegevens met betrekking tot de loonbelasting was het nog niet uit te sluiten dat de man de opleidingskosten zelf had bekostigd. De inspecteur beging dus niet een ambtelijk verzuim door de primitieve aanslag niet te corrigeren. De informatie die hij nadien ontving omtrent de betaling van de scholingskosten vormden dus een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt.

Wet: art. 16 AWR
Jurisprudentie: Hof Arnhem-Leeuwarden 29-01-2019, nr. 18/00229, (gepubl. 01-02-2019), (ECLI:NL:GHARL:2019:732); Rb. Noord-Nederland 20-2-2018, nr. AWB LEE - 17 _ 1869, (gepubl. op 25-6-2018), (ECLI:NL:RBNNE:2018:560)