Verzekeringskarakter regeling verzet zich tegen volledig herstel als ERD-WGA

28 januari 2019

Een werkgever die al voor 2017 eigenrisicodrager was voor de WGA overlegde door een fout van de verzekeraar te laat een garantieverklaring aan de inspecteur. Zijn eigenrisicodragerschap verviel per 1 januari 2017 en werd – op grond van een tijdelijke tegemoetkoming – weer per 1 juli 2017 hersteld. De werkgever tracht ook voor het eerste half jaar weer aangemerkt te worden als eigenrisicodrager, maar volgens Hof Arnhem-Leeuwarden is dat niet mogelijk.

Een vennootschap was tot en met 31 december 2016 eigenrisicodrager voor de WGA. De Belastingdienst heeft haar medio 2016 geïnformeerd dat zij, indien zij eigenrisicodrager voor de WGA wenst te blijven, ervoor dient te zorgen dat uiterlijk op 31 december 2016 een nieuwe garantieverklaring is ontvangen door de Belastingdienst. Door een fout van de verzekeraar is de garantieverklaring niet tijdig bij de inspecteur ingediend. Vervolgens heeft de inspecteur beslist dat de vennootschap met ingang van 1 januari 2017 geen eigenrisicodrager meer is. De verzekeraar heeft op 13 februari 2017 een garantieverklaring voor de vennootschap opgemaakt en deze op 17 februari 2017 door middel van een USB-stick verstrekt aan de inspecteur. Met ingang van 1 juli 2017 is de vennootschap weer als eigenrisicodrager aangemerkt.

Het hof komt gelet op de parlementaire geschiedenis tot het oordeel dat de vennootschap in de periode 1 januari 2017 tot 1 juli 2017 geen eigenrisicodrager is en dat ook niet meer kan worden. Dat past volgens het hof ook bij het verzekeringskarakter van de wettelijke bepalingen.

Een werkgever die eigenrisicodrager wenst te worden voor het WGA-risico moet een verzoek daartoe doen bij de inspecteur. Daarbij moet hij een schriftelijke garantie overleggen waaruit blijkt dat een bank of een verzekeraar zich jegens het UWV verplicht garant te staan voor het nakomen van de verplichtingen die voortvloeien uit het zelf dragen van het WGA-risico. De aanvraag dient ten minste 13 weken voor de beoogde aanvangsdatum 1 juli of 1 januari te worden gedaan. Met ingang van 1 januari 2017 valt niet alleen het risico met betrekking tot vaste werknemers, maar ook het risico met betrekking tot flexwerknemers onder het WGA-risico. In verband daarmee dienden werkgevers die al eigenrisicodrager waren uiterlijk een dag voor 1 januari 2017 een nieuwe garantieverklaring van een bank of verzekeraar aan de Inspecteur te overleggen. Als de inspecteur niet uiterlijk op dat moment een garantieverklaring had ontvangen, verviel met ingang van 1 januari 2017 het eigenrisicodragerschap en vielen de werknemers onder het publieke stelsel. Een nieuw verzoek om aangemerkt te worden als eigenrisicodrager kon pas na drie jaren worden gehonoreerd. Om tegemoet te komen aan werkgevers die in 2016 eigenrisicodrager waren en voor wie per abuis niet tijdig een garantieverklaring was overgelegd, is eenmalig de mogelijkheid in het leven geroepen per 1 juli 2017 weer eigenrisicodrager te worden. De wetgever heeft de tussenliggende periode bewust niet gerepareerd en het hof steunt dit.

Wet: art. 40 Wfsv, 122e Wfsv
Jurisprudentie: Hof Arnhem-Leeuwarden 15-01-2019, nr. 18/00906 (ECLI:NL:GHARL:2019:186)

Loonzaken/Laura Jentink