Arbeidsparticipatie vrouwen toegenomen

21 januari 2019

Eind 2018 bereikte de netto arbeidsparticipatie een recordhoogte met ruim 68%. De toename is vooral toe te schrijven aan de grotere arbeidsdeelname van vrouwen. Gemiddeld over heel 2018 was het percentage iets lager (bijna 68), vrijwel gelijk aan het hoogste jaarcijfer vóór het uitbreken van de crisis in 2008.

De netto-arbeidsparticipatie geeft aan welk deel van de 15- tot 75-jarigen betaald werk heeft. Daarbij wordt niet gekeken naar het aantal uren dat wordt gewerkt.

De toename van het aantal werkenden in de afgelopen vijf jaar was het grootst bij voltijders en bij deeltijdwerkers met de meeste gewerkte uren. Vrouwen werken vaker in deeltijd dan mannen. De gemiddelde arbeidsduur per week is 36 uur voor mannen en 26 uur voor vrouwen.

De verschillen in arbeidsparticipatie tussen mannen en vrouwen zijn de afgelopen vijftig jaar steeds kleiner geworden. In 1969 werkte nog 84,0% van de mannen tegen 34,1% van de vrouwen. Dat verschil van bijna 50 procentpunt was in 1999 geslonken tot minder dan 20. Vanaf dat moment is het man-vrouwverschil in arbeidsdeelname verder verkleind tot minder dan 10 procentpunt.

De arbeidsparticipatie van 45-plussers is de afgelopen twintig jaar sterker toegenomen dan die van jongeren. Tijdens de laatste crisisjaren vlakte de toename af, maar de afgelopen vier jaar zette de stijging bij zowel mannen als vrouwen van 45 jaar en ouder door. Bij vrouwen is die stijging iets sterker dan bij mannen, zodat de arbeidsparticipatie van beide geslachten in deze leeftijdsgroep dichter bij elkaar komt. Ook is het percentage werkenden in 2018 hoger dan bij het begin van de crisis in 2008, zowel bij mannen (64,9 versus 62,5) als bij vrouwen (51,4 versus 45,5).

Ook bij vrouwen jonger dan 45 jaar is de netto-arbeidsparticipatie in 2018 hoger dan eind vorige eeuw en ook hoger dan bij het begin van de crisis in 2008. Bij mannen in deze leeftijdsgroep is de arbeidsdeelname in beide gevallen lager. Bij de jongsten, van 15 tot 25 jaar, is de arbeidsparticipatie van vrouwen sinds het begin van de crisis zelfs hoger dan die van mannen.

Tijdens de perioden van laagconjunctuur van de jaren 2002–2003 en 2008–2014 daalde de arbeidsparticipatie sterker bij mannen dan bij vrouwen. Inmiddels stijgt het percentage werkenden bij mannen en vrouwen jonger dan 45 jaar al vier jaar op rij en is de toename in 2018 het sterkst.

De recordhoogte van de arbeidsdeelname valt samen met een lage werkloosheid. In december bedroeg die 3,6% van de beroepsbevolking, oftewel 329.000 personen.

Bron: CBS 19-01-2019