Cataloguswaarde is juiste grondslag bijtelling

07 januari 2019

De cataloguswaarde als grondslag voor de berekening van de bijtelling wegens privégebruik van de auto is niet in strijd met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Een werknemer heeft een auto van de zaak van zijn werkgever ter beschikking gekregen. Deze auto gebruikt hij ook voor privédoeleinden. In verband met de bijtelling wegens privégebruik maakt de werknemer bezwaar tegen de ingehouden loonheffingen. Het bezwaar is gericht tegen de bijtelling voor privégebruik van een uit Duitsland geïmporteerde auto met als datum eerste toelating 3 januari 2017. De auto is op 20 juli 2017 ingeschreven in het Nederlandse kentekenregister. In geschil is of de cataloguswaarde als grondslag voor de berekening van de bijtelling wegens privégebruik van de auto verenigbaar is met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). De werknemer meent dat door op gebruikte auto’s een belasting te heffen gebaseerd op de cataloguswaarde in plaats van de werkelijke waarde, werknemers de voorkeur geven aan de aanschaf van een nieuwe auto. Bij de aankoop van een gebruikte auto afkomstig uit een andere lidstaat treedt door toepassing van het autokostenforfait, gebaseerd op de cataloguswaarde een zijdelingse fiscale protectie op. De rechtbank oordeelt dat zijdelings fiscaal protectionisme niet aannemelijk is. Het autokostenforfait is onderdeel van de loonheffingen en geen heffing op een ingevoerde auto. Zo er al een prikkel is tot aanschaf van een nieuwe auto, maakt het daarbij niet uit of de auto binnen of buiten Nederland is aangeschaft. De waarderingsregel discrimineert in dit opzicht niet. Er zou pas sprake kunnen zijn van protectionisme als de waarderingsregel de automarkt zodanig kan beïnvloeden dat daardoor het gebruik van ingevoerde auto’s vermindert ten voordele van concurrerende Nederlandse auto’s. Voor een werkgever zou het juist gunstig zijn om een gebruikte auto ter beschikking te stellen in plaats van een nieuwe gezien de lagere aanschafprijs. De rechtbank oordeelt dat niet aannemelijk is dat sprake is van zijdelingse bescherming van binnenlandse auto’s. De waarderingsregel is dan ook niet in strijd met het VWEU. Het beroep is ongegrond.

Het is waarschijnlijk het proberen waard geweest, maar ook voor een gebruikte in Nederland aangeschafte auto wordt uitgegaan van de cataloguswaarde voor de berekening van het autokostenforfait (dit is alleen anders wanneer de auto meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen). Enige mate van ruwheid is ten slotte inherent aan een forfaitaire waardering.

Wet: art. 13bis, lid 5 aanhef en onderdeel b Wet LB 1964
Jurisprudentie: Rb. Zeeland-West-Brabant 8-06-2018, nr. BRE – 17_7620 (ECLI:NL:RBZWB:2018:3714)

Loonzaken/Jacqueline Nietveld

(7-01-2019)