Geslaagd beroep op gelijkheidsbeginsel voor sectorindeling

07 januari 2019

Een uitzendbureau dat is opgericht in 2017 doet met succes een beroep op het gelijkheidsbeginsel om te kunnen worden ingedeeld in sector 44 in plaats van in sector 52. Doordat niet duidelijk is wanneer de overgangsregeling waardoor bestaande gevallen vooralsnog in de vaksector blijven ingedeeld eindigt, is sprake van een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling van gelijke gevallen.

Een uitzendbureau, A bv, is als middelgrote onderneming ingedeeld in sector 44 (Zakelijke dienstverlening). In mei 2017 besluit het uitzendbureau de onderneming te splitsen in A bv en B bv, opgericht in 2017. A bv neemt het bestaande personeelsbestand over en wikkelt de nog bestaande contracten af. A bv zal in de toekomst worden ontbonden. De inspecteur deelt B bv bij beschikking van 8 januari 2018 in in sector 52 (Uitzendbedrijven). B bv maakt bezwaar tegen de indeling. Omdat B bv uit A bv voortkomt is B bv van mening dat indeling in sector 44 op zijn plaats is. De inspecteur wijst het bezwaar af met een beroep op de wijziging Regelgeving Wfsv van 25 mei 2017. Hierbij is indeling in een vaksector voor nieuwe uitzendbedrijven niet meer mogelijk. Indelingen in een vaksector gedaan vóór 25 mei 2017 blijven in stand en verzoeken daartoe, gedaan voor 25 mei 2017 worden nog in behandeling genomen. B bv doet een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Hof Arnhem-Leeuwarden overweegt dat niet in geding is dat B bv vanaf 25 mei 2017 ingedeeld zou moeten worden in sector 52; evenmin dat B bv volgens de vóór 25 mei geldende regelgeving ingedeeld zou worden in sector 44. Door toepassing van het overgangsrecht is sprake van gelijke gevallen, die ongelijk behandeld worden. De vraag is of daarvoor een rechtvaardigheidsgrond bestaat. Indeling in een vaksector was vóór de wijziging van de Regeling toegestaan, omdat de veronderstelling bestond dat voor de premieheffing uitzendbedrijven in dat geval vergelijkbaar zouden zijn met andere werkgevers in die vaksector. Deze veronderstelling bleek onjuist, waardoor de Regeling is gewijzigd, omdat er oneigenlijk gebruik van de Regeling werd gemaakt. Omdat het oneigenlijk gebruik van de Regeling ook ruim voor de wijzigingsdatum plaatsvond, zou voor de hand hebben gelegen dat ook aan dat oneigenlijk gebruik, al dan niet met een korte overgangsregeling, een einde zou worden gemaakt. Dit is echter niet gebeurd. In de toelichting is opgenomen dat bestaande gevallen vooralsnog in de vaksector blijven ingedeeld. Onduidelijk is wanneer daaraan een einde wordt gemaakt. Daarom is een rechtvaardiging voor het in wezen onbeperkte overgangsrecht niet gegeven. Het hof oordeelt dat B bv zich terecht op het gelijkheidsbeginsel beroept. B bv moet in gelijke positie worden gebracht als vergelijkbare werkgevers op wie het overgangsrecht van toepassing is. Daarom laat het hof de wijziging van de Regeling Wfsv voor B bv buiten toepassing, zodat de Regeling voor B bv blijft gelden zoals die luidde vóór de wijziging. B bv moet worden ingedeeld in sector 44. Het beroep van B bv is gegrond.

Een uitzendbedrijf wordt ingedeeld in sector 52 Uitzendbedrijven. Deze sector kent een hoog premiepercentage wegens het hoge risico op ziekte en werkloosheid. Een uitzendbedrijf dat arbeidskrachten werkzaamheden laat verrichten die sec functioneel bezien voor meer dan 50% van het totale premieplichtig loon op jaarbasis aan één andere sector kunnen worden toegerekend, kon onder voorwaarden ingedeeld worden in die sector. Dit is indeling in een vaksector, waarop in principe een lager premiepercentage van toepassing is. Per 25 mei 2017 is indeling in een vaksector niet meer mogelijk voor nieuwe gevallen, op grond van een wijziging in de Regeling Wfsv.

Deze hofuitspraak bevestigt terecht dat hier sprake is van een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling van gelijke gevallen. In antwoord op Kamervragen is aangegeven dat gestreefd werd deze ongelijke behandeling van gelijke gevallen per 1 januari 2019 te beëindigen. Dit is niet gebeurd. Waarschijnlijk wordt met de beëindiging van de ongelijkheid gewacht tot inwerkingtreding van de Wet Arbeidsmarkt in Balans, die naar alle waarschijnlijkheid op 1 januari 2020 in werking treedt. Bij inwerkingtreding van de WAB wordt de sectorindeling zoals wij die nu kennen afschaft.

Wet: art. 95, 96 en 97 Wfsv, art. 5.1 en 5.2 en bijlage I Regeling Wfsv

Jurisprudentie: Hof Arnhem-Leeuwarden 18-12-2018, nr. 18/00343 (ECLI:NL:GHARL:2018:10971)

Loonzaken/Jacqueline Nietveld

(7-01-2018)