Bijtelling privégebruik auto is onderdeel gebruikelijk loon

29 september 2020

De bijtelling volgens de autokostenfictie telt mee voor de toepassing van de gebruikelijkloonregeling. Het gebruikelijk loon is dan ook terecht verhoogd met de bijtelling wegens privégebruik.


Aan een bv zijn over 2014 en 2015 naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd met vergrijpboeten. De naheffingsaanslagen zijn opgelegd naar aanleiding van een boekenonderzoek. Tijdens het boekenonderzoek is geconcludeerd dat de bv ten onrechte geen aangiften loonheffingen heeft gedaan van de bijtelling van het privégebruik van de auto door haar directeur en enig aandeelhouder (hierna: dga) en het gebruikelijk loon van dga. De naheffingsaanslagen hebben betrekking op de correctie privégebruik auto en het gebruikelijk loon van € 44.000.
Voor het hof is in geschil of het gebruikelijk loon terecht en tot het juiste bedrag in aanmerking is genomen. De bv beantwoordt deze vraag ontkennend, de inspecteur bevestigend.
In hoger beroep voert de bv aan dat het gebruikelijk loon op nihil moet worden gesteld omdat de onderneming in 2015 vleugellam was als gevolg van een beslaglegging. Hof Den Bosch besliste dat de bv niet aannemelijk had gemaakt dat het bedrijf door een beslaglegging van de Belastingdienst in 2015 vleugellam was gemaakt en dat voor soortgelijke dienstbetrekkingen waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelde, een lager loon gebruikelijk zou zijn. Verder stelde de bv dat de correcties in verband met het privégebruik van de auto in mindering moeten worden gebracht op het gebruikelijk loon. Het hof onderschrijft dit. Echter, de inspecteur heeft gesteld dat bij soortgelijke dienstbetrekkingen waarbij het aanmerkelijk belang geen rol speelt, een hoger loon gebruikelijk is. De bv heeft deze stelling niet gemotiveerde betwist zodat de correcties in stand blijven.
De bv ging in cassatie maar de Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 Wet RO).

De gebruikelijkloonregeling van art. 12a van de Wet LB sluit aan bij het loonbegrip in de Wet LB. Sinds 1 januari 2006 behoort het privégebruik van een auto tot het loon voor de loonheffing. Hierdoor telt de bijtelling volgens de autokostenfictie mee voor de toepassing van de gebruikelijkloonregeling (Besluit van 17 december 2014, nr. BLKB2014/1894M) (Stcrt. 2014, 36871, paragraaf 2.4). Hierover bestaat geen verschil van mening tussen partijen. Over de hoogte van het gebruikelijk loon bestaat wel een geschil. De inspecteur heeft gesteld dat een hoger loon dan de € 44.000 gebruikelijk is. Belanghebbende heeft deze stelling niet gemotiveerd betwist. Dit is een feitelijke beoordeling die niet getoetst wordt door de Hoge Raad. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en handhaaft de correctie van het fictief loon en de bijtelling.

Wet: art. 12a en 13bis Wet LB 1964; MvF 17-12-2014, nr. BLKB2014/1894M (Stcrt. 2014, 36871)
Jurisprudentie: HR 18-9-2020, nr. 20/00598 (ECLI:NL:HR:2020:1439), Hof Den Bosch 9-1-2020, nrs. 18/00705 en 18/00706 (ECLI:NL:GHSHE:2020:63), Rb. Zeeland-West-Brabant 9-11-2018, nr. 17/3316 (ECLI:RBZWB:201:6413)

Loonzaken/Edith de Bourgraaf