Nietige loonafspraak

01 juli 2020

Werkgever Rizz heeft een werknemer, die is doorgegroeid vanuit een werkervaringsplaats, nog steeds ingeschaald op het minimumloon. De werknemer vordert het normloon behorend bij de functie op basis van de Cao voor de Houtverwerkende industrie.


Volgens Rizz valt werknemer onder aanvangsschaal of periodiek 0, omdat hij is aan te merken als een ‘werknemer zonder opleiding en ervaring die voor het eerst in de bedrijfstak gaat werken’ als omschreven in art. 10 lid 3 van de cao. Dit komt volgens Rizz overeen met het minimumloon.
Dit standpunt van Rizz slaagt niet. Naar het oordeel van de kantonrechter kan niet worden volgehouden dat werknemer per 1 augustus 2018 een werknemer was ‘zonder opleiding en ervaring die voor het eerst in de bedrijfstak ging werken’. Niet voor niets heeft hij de promotie van afdelingschef naar productieleider gemaakt, en is hem later ook de functie van bedrijfsleider toevertrouwd. Daaruit kan naar het oordeel van de kantonrechter worden afgeleid dat hij op zijn minst aan de eisen voor de functie ‘Teamleider Productie’ heeft voldaan. Volgens de cao had werknemer daarom recht op het binnen loongroep 2 geldende normloon, dat hoger is dan het minimumloon.
Dit betekent dat de met werknemer gemaakte loonafspraak in strijd is met de cao op grond van art. 12 van de Wet op de CAO en derhalve nietig. In plaats van dat nietige beding gelden de bepalingen van de cao. De loonvordering wordt toegewezen.

Bron: Rb. Gelderland 08-05-2020, nr. 8426399 \ HA VERZ 20-41 (ECLI:NL:RBGEL:2020:2926) (Werknemer/Rizz B.V.)

mr. dr. Esther Koot-van der Putte, Cao-recht Advies en Opleiding www.cao-recht.nl