Het pensioenakkoord volgens het CNV

16 juni 2020

Vakbond CNV heeft het pensioenakkoord samengevat in een vraag- en antwoordenoverzicht.


In de uitwerking van het pensioenakkoord is onverkort de doelstelling gebleven dat werkenden in 42 jaar tijd een pensioen (AOW + bedrijfspensioen) moeten kunnen opbouwen dat neerkomt op 80% van het gemiddeld genoten loon tijdens die 42 jaar. Oude afspraken - die echt niet langer houdbaar bleken - zijn daarom ingeruild voor realistische afspraken. Pensioendeelnemers krijgen zelf elk jaar een overzicht van de opbouw van hun pensioen.

Met twee varianten
In het nieuwe pensioenstelsel wordt pensioen opgebouwd met een premieregeling. Er zijn twee varianten: het nieuwe (solidaire) contract en een verbeterde premieregeling met optionele elementen.

Nieuwe solidaire contract
Het nieuwe solidaire contract verdeelt meevallers en tegenvallers in beleggingsresultaat evenwichtig over de leeftijdsgroepen. Zogenoemde pech- en gelukgeneraties worden zo veel mogelijk voorkomen.
In de nieuwe situatie wordt de pensioenuitkering stabiel. Dat komt door drie afspraken:

  1. Naarmate mensen ouder zijn, wegen mee- en tegenvallers minder zwaar mee. Pensioengerechtigden merken hier veel minder van dan jongeren. Jonge deelnemers kunnen beter gebruikmaken van een langere beleggingshorizon en daarmee ook beter in staat om schokken op te vangen.

  2. Mee- en tegenvallers kunnen in de tijd worden gespreid. Financieel slechte jaren worden hierdoor gecompenseerd door goede jaren.

  3. Een pensioenfonds houdt - naast het geld voor de pensioenen - een collectieve solidariteitsreserve aan. In slechte jaren kunnen tegenvallers hiermee worden gedempt.

Omdat de nieuwe solidaire pensioenregeling niet meer met ‘pensioenaanspraken’ werkt hoeven pensioenfondsen ook niet meer met dekkingsgraden rekening te houden.
Pensioenfondsen blijven de pensioenregelingen collectief uitvoeren en beleggen. De verplichtstelling blijft behouden. Zij houden daarmee de mogelijkheid om efficiënt goede rendementen te halen, binnen acceptabele risico’s.

Verbeterde premieregeling
Vakbonden en werkgevers kunnen onderling kiezen voor een verbeterde premieregeling als pensioenvoorziening. Hierin kunnen zij - als zij dat willen - risico’s meer delen dan nu het geval is. Mede hierdoor wordt dit contract beter toegankelijk voor bedrijfstakpensioenfondsen.

Overgang van een oud naar een nieuw stelsel
Uiterlijk in 2026 moeten alle pensioenuitvoerders hun pensioenregeling hebben aangepast naar één van de nieuwe contracten. De afspraak geldt dat eventuele nadelen voor het te verwachten pensioen, ontstaan door deze nieuwe set ‘spelregels’, worden gecompenseerd. Het Centraal Planbureau en 13 verschillende pensioenfondsen hebben doorgerekend dat er in veel gevallen geen nadeel is. Dit was ook een belangrijke voorwaarde in het welslagen van de onderhandelingen. Vakbonden en werkgevers moeten dit per sector of onderneming beoordelen en waar nodig aanvullende afspraken maken.
Als deelnemer in een pensioenregeling krijgt men het persoonlijk effect te zien: de hoogte van het pensioen vóór de overstap en erna wordt in een overzicht duidelijk gemaakt. De werkgever of het pensioenfonds laat daarbij zien welke maatregelen er zijn/worden genomen om voldoende te compenseren.

Oude inleg naar nieuw pensioen
Daar het overdragen van reeds gespaard pensioengeld in de nieuwe pensioenregeling helpt om dat nieuwe stelsel goed te laten functioneren worden nieuwe pensioenopbouw en de bestaande rechten zoveel mogelijk in één fonds bij elkaar gehouden. Voor dit zogenoemde ‘invaren’ van oude rechten wordt een standaardpad voorgeschreven. Regels van dat nieuwe contract worden daarmee ook van toepassing op al ingelegd geld.

AOW
De AOW-leeftijd is gekoppeld aan de gemiddelde levensverwachting. Omdat iedereen gemiddeld ouder wordt begint de uitbetaling van de AOW ook later. Maar het snelle vertragingsproces, dat het kabinet aanvankelijk wilde, werd door het pensioenakkoord stopgezet.
In 2020 en 2021 blijft daarom de AOW-leeftijd 66 jaar en vier maanden. Per 2022 stijgt de AOW-leeftijd met drie maanden per jaar, zodat deze in 2024 op 67 jaar uitkomt. Vanaf 2025 stijgt de AOW-leeftijd met acht maanden per jaar (was eerder 12 maanden per jaar in kabinetsplannen).

Langer doorwerken of juist niet langer doorwerken
Er zijn maatregelen afgesproken die langer doorwerken mogelijk maken. Verder wordt flink geïnvesteerd in duurzame inzetbaarheid. Als mensen vanwege zwaar werk echt niet langer door kunnen werken dan kunnen ze eerder stoppen met werken zonder financiële strop. Het kabinet stelt tussen 2021 en 2025 € 1 miljard subsidie beschikbaar voor bedrijven en sectoren. € 250 miljoen daarvan is bedoeld voor duurzame inzetbaarheidsstimulans en € 750 miljoen specifiek voor een aangepaste pensioenmaatregel voor werknemers binnen overduidelijk zware beroepen.
Er is jaarlijks bovendien € 10 miljoen beschikbaar voor scholingsprogramma’s en duurzame inzetbaarheidsprogramma’s.
Een vroegpensioenregeling voor het bedrijf of de sector wordt (weer) mogelijk. Deze zogenoemde Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) krijgt een drempelvrijstelling (€ 21.200), zodat een uitkering aan een werknemer tot aan dat (jaar)bedrag de werkgever geen extra geld kost. Dit alles maakt het voor werknemers mogelijk om een goed vroegpensioen te hebben met hooguit een klein beetje eigen pensioen erbij dat dan naar voren wordt gehaald.

Pensioensparen
Per januari 2021 mogen werknemers hun verlof opsparen om eerder met pensioen te kunnen. Dat gaat om maar liefst 100 weken, omgerekend twee volle werkjaren. Volgens vakbonden, kabinet en werkgevers biedt de huidige uitwerking voldoende mogelijkheden om goede afspraken te maken tussen werknemer(s) en werkgever(s) onderling. Want ook bestaande mogelijkheden als generatiepacten en deeltijdpensioen kunnen daarbij worden ingezet.

Pensioen voor iedereen?
In het pensioenakkoord zijn afspraken gemaakt over het verbeteren van pensioensparen door werknemers en zzp’ers. Er is een zogenoemd Aanvalsplan beperken witte vlek opgesteld, omdat er nog te veel werknemers zijn die niet via hun werkgever pensioen opbouwen.
Werknemers in de uitzendsector gaan veel sneller pensioen sparen dan nu. Nu doen zij dat pas vanaf een half jaar werken. Voor zzp’ers wordt nog nader onderzocht hoe zij makkelijker pensioen kunnen sparen. Het ministerie en de pensioenkoepels werken nauw samen aan werkbare oplossingen.

Nabestaandenpensioen
Ook voor het nabestaandenpensioen zijn afspraken gemaakt, zodat dit meer gestandaardiseerd, bruikbaarder en begrijpelijker wordt en risico’s worden verkleind. De huidige situatie is voor deelnemers onoverzichtelijk en vergroot daardoor de kans op geen - of een te lage - uitkering na baanwisselingen, werkloosheid of echtscheiding.

Vrij besteedbaar pensioen
In het pensioenakkoord is geregeld dat mensen op hun pensioendatum eenmalig maximaal 10% van hun pensioen mogen opnemen en besteden aan een eigen gekozen doel, bijvoorbeeld versnelde afbetaling van hypotheek of studiebijdrage voor kinderen.
Er gaan bepaalde voorwaarden gelden die moeten voorkomen dat mensen te weinig pensioen overhouden.

Arbeidsongeschiktheidsverzekering
Er komt een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers. Nu is dat vaak een vrijwel onbetaalbare voorziening die daarom ook niet veel wordt afgesloten. Voor een zieke zzp’er resteert dan alleen de bijstand. Met de nieuwe afspraken worden de rechten van zzp’ers sterk verbeterd.

Bron: CNV.nl, 12-06-2020