Schadevergoeding is belast loon

06 mei 2020

Een immateriële schadevergoeding is alleen onbelast als deze geen of onvoldoende verband houdt met de dienstbetrekking. Als belanghebbende dat niet kan aantonen, is de schadevergoeding belast.


Belanghebbende is van 15 april 2013 tot en met 31 augustus 2015 in dienst geweest bij een werkgever. Belanghebbende heeft op 8 februari 2016 een vaststellingsovereenkomst gesloten met de werkgever. Daarin staat dat belanghebbende stelt dat zij rondom de beëindiging van haar dienstbetrekking onheus is behandeld en daardoor schade heeft geleden, en dat partijen hun geschil hieromtrent willen beëindigen. Uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst heeft belanghebbende een schadevergoeding ontvangen van € 30.000 bruto. Deze vergoeding is door de werkgever betaald onder inhouding van loonheffing.

In geschil is of de uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst ontvangen schadevergoeding aangemerkt moet worden als belastbaar loon. De inspecteur beantwoord deze vraag bevestigend. Belanghebbende ontkennend.
Een vergoeding die wordt ontvangen bij ontslag moet in beginsel worden aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking. Dit is slechts anders als de vergoeding geen of onvoldoende verband houdt met de dienstbetrekking. De bewijslast om de feiten en omstandigheden aannemelijk te maken die het oordeel kunnen dragen dat het voordeel niet tot het loon behoort, rust op belanghebbende.
De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende niet is geslaagd in deze bewijslast. Belanghebbende heeft ter onderbouwing van haar stellingen niets anders dan de vaststellingsovereenkomst overgelegd. Uit deze overeenkomst volgt dat partijen overeen zijn gekomen dat de schadevergoeding betaald wordt ter beëindiging van hun geschil omtrent de behandeling van belanghebbende bij de beëindiging van haar dienstbetrekking. Naar het oordeel van de rechtbank is de aanleiding voor de ontvangst van de vergoeding dan te vinden in het psychisch leed dat is veroorzaakt in verband met de beëindiging van het dienstverband. Daarmee behoort de vergoeding tot het loon. Het feit dat de vergoeding is overeengekomen nadat de dienstbetrekking van belanghebbende al was geëindigd, kan niet tot het oordeel leiden dat er geen dan wel onvoldoende verband is met die dienstbetrekking.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Niet elke immateriële schadevergoeding leidt automatisch tot de conclusie dat de vergoeding niet uit de dienstbetrekking voortvloeit en dus onbelast is. Slechts die immateriële schadevergoeding is onbelast, voor zover deze geen of onvoldoende verband houdt met de dienstbetrekking (HR 24-6-1987, nr. 24 652). Dit is vooral een feitelijke beoordeling waarbij de bewijslast op de belastingplichtige rust. Deze is het beste in staat aannemelijk te maken dat sprake is van immateriële schade. In deze zaak is belastingplichtige niet in deze bewijslast geslaagd.

Jurisprudentie: Rb. Zeeland-West-Brabant 27-3-2020, nr. BRE 18/7553 (ECLI:NL:RBZWB:2020:1475); HR 24-6-1987, nr. 24 652 (ECLI:NL:HR:1987:AW7639)

Loonzaken/Edith de Bourgraaf