Woning in Zweden, stacaravan in Nederland

26 november 2019

Een echtpaar dat beschikte over een woning in Zweden, maar in Nederland beschikte over een stacaravan in Nederland waar zij regelmatig verbleef, maakte volgens Hof Den Bosch voldoende aannemelijk dat er sprake was van een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland. Zij kwalificeerden als binnenlands belastingplichtigen en hadden recht op toepassing van de heffingskorting, zowel voor het IB-deel als voor het PVV-deel.

Een echtpaar verblijft sinds 1 december 2012 een deel van het jaar in Nederland en een deel van het jaar in Zweden. Zij staan in Nederland ingeschreven in de Registratie Niet-ingezetenen (RNI). In Zweden zijn zij ingeschreven in het persoonsregistratiesysteem. Hun auto hebben zij uitgevoerd en op een Zweeds kenteken laten zetten, zij hebben hun appartement verkocht en zij verblijven wanneer zij in Nederland zijn om onder meer familie en kennissen te bezoeken in een stacaravan, die zij in 2015 hebben aangeschaft. In Zweden hebben zij een huis waarin zij wonen en de echtgenoot was in 2016 lid van de vrijmetselarij in Zweden. Het echtpaar doet sinds 1 december 2012 aangifte IB/PVV in Nederland als buitenlands belastingplichtigen. Zij vermelden daarin dat zij in Zweden wonen. De echtgenote had in 2016 geen inkomen. De inspecteur heeft de echtgenote conform de aangifte een nihilaanslag opgelegd. Haar echtgenoot had in 2016 pensioen, onder meer een AOW-uitkering die het echtpaar in Nederland als belastbaar inkomen hebben aangegeven. De inspecteur heeft een aanslag inkomstenbelasting opgelegd zonder premie volksverzekeringen en heffingskorting. Het echtpaar stond bij de SVB niet geregistreerd als verzekerden voor de Nederlandse volksverzekeringen, wel waren zij verzekerd voor de zorgkosten, hebben zij een bijdrage betaald aan het CAK en hebben zij zorgtoeslag ontvangen. Zij hadden een huisarts in Nederland in 2016. Zij hebben stukken overlegd van de pinbetalingen in Nederland in 2015 tot en met 2017. Vanaf 10 april 2017 hebben zij zich weer ingeschreven in het BRP in Nederland, een huis gekocht in Zeeland en hun auto weer ingevoerd in Nederland. 

In geschil is het antwoord op de vraag of de echtgenote recht heeft op toepassing van de heffingskorting. Het hof overweegt dat de heffingskorting wordt toegepast op de verschuldigde inkomstenbelasting van binnenlands belastingplichtigen of kwalificerend buitenlands belastingplichtigen. De vraag is waar de echtgenoten in 2016 hun woonplaats hadden. De echtgenote voert aan dat zij in 2012 haar baan heeft verloren en daardoor de hypotheek op hun appartement niet meer konden voldoen. In Zweden hadden zij al een vakantiewoning en zij zijn daar gaan wonen in afwachting van volgende te nemen stappen. Het hof oordeelt dat de echtgenote aannemelijk heeft gemaakt dat het echtpaar in 2016 een duurzame band van persoonlijke aard had met Nederland. Met name vanwege de aankoop van de stacaravan in 2015 had het echtpaar een duurzame verblijfplaats in Nederland waar zij ook gedurende langere perioden zijn verbleven. Aannemelijk is ook dat zij naast de persoonlijke banden met familie en vrienden andere banden hadden met Nederland. Dit volgt uit het bezoek aan de kapper en de dokter. Hierdoor is het echtpaar ook aan te merken als inwoner van Nederland, waardoor zij kwalificeren als binnenlands belastingplichtigen. Zij hebben daardoor recht op toepassing van de heffingskorting, zowel voor het IB-deel als voor het PVV-deel. Het hof verklaart het hoger beroep gegrond. 

 

Van belang voor het antwoord op de vraag of iemand binnenlands belastingplichtig of kwalificerend buitenlands belastingplichtig is, is het antwoord op de vraag waar iemand zijn fiscale woonplaats heeft. Op grond van art. 4 AWR moet dit aan de hand van omstandigheden worden beoordeeld.  

 

Jurisprudentie: Hof Den Bosch 19-09-2019 (publ. 20-11-2019), nr. 18/00354 (ECLI:NL:GHSHE:2019:3791); Rb. Zeeland-West-Brabant 17-05-2018, nr. BRE17/6183; HR 12-04-2013, nr. 12/02980 (ECLI:NL:HR:2013:BZ6824); HR 21-01-2011, nr. 10/00563 (ECLI:NL:HR:2011:BP1466); HR 4-03-2011, nr. 10/04026 (ECLI:NL:HR:2011:BP6285

Loonzaken/Jacqueline Nietveld