Wet inkomensvoorziening oudere werklozen wordt verlengd

07 oktober 2019

De Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW) wordt voor vier jaar verlengd. Werknemers vanaf 60 jaar en 4 maanden die werkloos of gedeeltelijk arbeidsongeschikt worden, kunnen aanspraak maken op een IOW-uitkering. Dat staat in een wetsvoorstel dat naar de Tweede Kamer is gestuurd.

De IOW biedt een tijdelijk vangnet aan oudere werklozen van wie de WW- of WGA-uitkering is afgelopen en die nog geen recht hebben op een AOW-uitkering. Als zij aanspraak willen maken op de bijstand, moeten ze vaak eerst hun eigen vermogen of dat van hun partner ‘opeten’. Om dat te voorkomen, hebben zij recht op een IOW-uitkering totdat zij de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken.

De IOW heeft een tijdelijk karakter en zou op 1 januari 2020 aflopen. Dit betekent dat tot en met 2019 werknemers die bij instroom in de WW of WGA 60 jaar of ouder zijn, na afloop van hun WW-uitkering (of loongerelateerde WGA-uitkering) in aanmerking komen voor de IOW. Onder het huidige beleid zou er dan vanaf 2022 geen nieuwe instroom meer zijn in de IOW.

Maar in het regeerakkoord is afgesproken dat de IOW wordt verlengd met vier jaar tot 1 januari 2024. Aangezien de eerste WW-dag (of de eerste dag van de loongerelateerde WGA-uitkering) bepalend is voor het recht op IOW-uitkering, gelden de nieuwe voorwaarden voor WW- of WGA-rechten die ontstaan vanaf 1 januari 2020.
Verlengen van de IOW met vier jaar betekent, gelet op de maximale WW-duur van 24 maanden, dat de nieuwe instroom (in de IOW) niet eindigt vanaf 2022, maar vanaf 2026.

Als resultaat van een toezegging aan het Kamerlid Stoffer (SGP) zal de toetredingsleeftijd niet meegroeien met de pensioenleeftijd, zoals afgesproken in het regeerakkoord, maar worden vastgelegd op 60 jaar en 4 maanden. Het wetsvoorstel moet op 1 januari 2020 ingaan.

Bron: Min SZW 2-10-2019, Wetsvoorstel en MvT