Verhuizing na ingangsdatum verdrag verhinderde toepassing overgangsbepaling

30 september 2019

Een pensioengerechtigde Britse inwoner van Nederland meent dat een overgangsbepaling uit het (nieuwe) belastingverdrag tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk op hem van toepassing is. Volgens de Hoge Raad is dat echter niet het geval: de heffing over zijn pensioeninkomsten wijzigde niet door de inwerkingtreding van dit verdrag, maar door zijn verhuizing na de inwerkingtreding van dit verdrag.

Een pensioengerechtigde Brit heeft van 1998 tot en met 2003 in het Verenigd Koninkrijk (VK) gewerkt voor een overheidsorgaan. Sinds 2013 woont hij in Nederland. Vanaf februari 2010 komt het pensioen, dat hij in het VK heeft opgebouwd tot uitkering. In zijn aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2015 geeft hij zijn pensioeninkomsten aan en hij verzoekt tevens om een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting. De inspecteur verleent de vermindering niet. Hof Amsterdam oordeelt dat het verdragsrechtelijke overgangsrecht niet meebrengt dat de pensioengerechtigde recht heeft op vermindering ter voorkoming van dubbele belasting.

De Hoge Raad overweegt dat het Verdrag Nederland-VK in werking is getreden op 25 december 2010. In dit verdrag (art. 30 lid 4) is een overgangsbepaling opgenomen voor pensioenbetalingen die eerder in zijn gegaan dan de datum van de inwerkingtreding van het ‘nieuwe’ Verdrag tussen Nederland en het VK. In die overgangsbepaling staat dat indien een natuurlijk persoon onmiddellijk voor de inwerkingtreding van het Verdrag betalingen ontving waarop artikel 19 lid 2 onder a van het ‘oude’ Verdrag Nederland-VK van toepassing was, de natuurlijk persoon kan besluiten dat het ‘oude’ Verdrag van toepassing blijft. De Hoge Raad oordeelt dat de pensioengerechtigde niet alleen als gevolg van de inwerkingtreding van het ‘nieuwe’ Verdrag wordt geconfronteerd met de gewijzigde heffing over zijn overheidspensioen uit het VK, maar ook als gevolg van zijn verhuizing in 2013 naar Nederland. De overgangsregeling is in dat geval niet van toepassing. Het oordeel van het hof dat voor toepassing van de overgangsregeling geen aanleiding is, geeft daarmee geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het middel faalt. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

In het ‘oude’ Verdrag Nederland-VK stond in artikel 19 lid 2 onder a dat pensioen betaald door een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijk persoon wegens diensten bewezen aan die Staat of dat onderdeel of dat publiekrechtelijke lichaam in die Staat worden belast. Uit de uitspraak van de Hoge Raad volgt dat natuurlijk personen, die vóór de inwerkingtreding van het ‘nieuwe’ Verdrag tussen Nederland en het VK naar Nederland verhuisd waren, wel een beroep kunnen doen op de overgangsregeling van het ‘nieuwe’ Verdrag, mits hun pensioenuitkeringen ingegaan waren voor de inwerkingtreding van het ‘nieuwe’ Verdrag.

Wet: art. 30 lid 4 Verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing Nederland-VK
Jurisprudentie: HR 27-09-2019, nr. 18/04850 (ECLI:NL:HR:2019:1444); Hof Amsterdam 9-10-2018, nr. 17/00553 (ECLI:NL:GHAMS:2018:3916); Rb. Noord-Holland 18-10-2017, nr. HAA 17/1164

Loonzaken/Jacqueline Nietveld