Zorg voor afdoende bewijs toerekening bronbelasting

30 september 2019

Werkt iemand via zijn bv in meerdere landen verricht tegen een vast salaris, dan moet hij duidelijk maken welk deel van dat salaris ziet op werkzaamheden die recht geven op vermindering ter voorkoming van dubbele belasting. Een zelf opgesteld overzicht is daartoe onvoldoende, zo oordeelt Rechtbank Noord-Holland.

Een man die woonachtig is in Nederland, treedt in 2012 als cellist op in verschillende landen. Zijn werkzaamheden voert hij uit in dienstbetrekking bij zijn eigen bv. De bv ontvangt de gages voor de optredens en neemt de zakelijke kosten voor haar rekening. De bv betaalt haar dga een vast salaris. In Nederland wordt loonheffing ingehouden op dit salaris. Over 2012 krijgt de bv een bedrag aan aftrek elders belast verleend dat even groot is als de verschuldigde vennootschapsbelasting. De cellist stelt dat een deel van zijn salaris kwalificeert als inkomen dat is belast in landen die werken met een vrijstellingsmethode. Vanwege zijn werkzaamheden in andere landen meent hij daarnaast recht te hebben op een verrekening van bronbelasting voor zover die bij zijn bv niet heeft geleid tot een aftrek elders belast. De man motiveert zijn standpunt met een zelf opgesteld overzicht. Hierin vermeldt hij het aantal gewerkte dagen, het salaris dat hij van de bv ontvangt, de omzet van de bv en de ingehouden bronbelasting, telkens uitgesplitst per land.

Zowel de fiscus als de rechtbank vindt dit onvoldoende motivering. Voor een geslaagd beroep op de vrijstellingsmethode moet de dga inzichtelijk maken welk deel van zijn vaste salaris men moet toerekenen aan werkzaamheden die zijn verricht in verdragslanden met de vrijstellingsmethode. Het beroep van de dga op de verrekenmethode of de compensatieregeling slaagt evenmin. De rechtbank vindt het niet aannemelijk dat buitenlandse bronbelasting is ingehouden, laat staan ten laste van de dga zelf.

Wet: art. 3.81 Wet IB 2001, art. 27 Verdrag NL-België (per 1 januari 2012), art. 10 lid 2 Verdrag NL-BRD 1959 (oud), art. 18 Verdrag NL-Spanje en art. 22 lid 1 Verdrag NL-VK (per 1 januari 2012)
Jurisprudentie: Rb. Noord-Holland 12-09-2019, nr. AWB 18/3203 (ECLI:NL:RBNHO:2019:7851)