Pensioen uit Nederland in Nederland belast

06 augustus 2019

In het nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland dat vanaf 2016 van toepassing is, is de heffing over pensioenen gewijzigd ten opzichte van het oude verdrag. Voor een arbeidsongeschikte piloot betekende deze wijziging dat hij fors meer belasting moet betalen over zijn pensioen uit Nederland.

Een piloot, werkzaam vanaf 2005, wordt in 2012 arbeidsongeschikt verklaard. Sindsdien ontvangt hij van een stichting een invaliditeitsuitkering, die hij tot 2032 zal ontvangen. Sinds 2015 woont de voormalige piloot in Duitsland. In 2017 houdt de stichting loonheffing in op de uitkeringen. De voormalige piloot maakt bezwaar tegen de inhouding. In geschil voor de rechtbank is of er terecht Nederlandse loonheffing op de uitkeringen is ingehouden.

De rechtbank overweegt dat er vanaf 1 januari 2016 een nieuw Verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing geldt tussen Nederland en Duitsland. Onder het oude Verdrag was de heffing over de invaliditeitsuitkeringen toegewezen aan Duitsland. Vanaf 2016 geldt dat de heffing over niet-overheidspensioenen in beginsel is toegewezen aan het woonland, maar dat heffing is toegewezen aan het bronland wanneer de uitkeringen hoger zijn dan € 15.000 per jaar. Omdat partijen van mening verschillen over het antwoord op de vraag welk verdragsartikel van toepassing is, wendt de rechtbank zich tot de begripsomschrijvingen. Omdat er geen begripsomschrijving voor de uitdrukking pensioen is opgenomen in het Verdrag, concludeert de rechtbank dat voor de definitie van de term pensioen voor Nederland slecht relevant is welke betekenis aan de term wordt gegeven in de Nederlandse nationale wetgeving. De Wet LB 1964 bepaalt dat onder pensioen mede wordt verstaan een inkomensvoorziening bij arbeidsongeschiktheid, zodra die langer dan een jaar duurt. Dit betekent dat de uitkeringen aan art. 17 van het nieuwe Verdrag voldoen en dat de heffing aan Nederland is toegewezen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

De verschuiving van de heffing over pensioenen boven € 15.000 per jaar naar het bronland in het nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland heeft als doel te voorkomen dat premies zijn afgetrokken in het bronland en de uitkeringen niet worden betrokken in de heffing in het woonland. Dat de voormalig piloot hierdoor 1200% (!) meer belasting moet betalen is nogal zuur.

Wet: art. 17 Verdrag Nederland-Duitsland; art. 18 Wet LB 1964
Jurisprudentie: Rb. Zeeland-West-Brabant 17-05-2019, nr. BRE 17/6731 (ECLI:NL:RBZWB:2019:2248)
Zie ook: Loonzaken 2016, nr. 3, Grensoverschrijdende arbeid en het nieuwe verdrag met Duitsland