Lagere regelgeving WAB

01 juli 2019

Op 19 juni 2019 is de Wet arbeidsmarkt in balans in het Staatsblad gepubliceerd. De wet zal per 1 januari 2020 in werking treden. Recent is lagere regelgeving gepubliceerd naar aanleiding van de Wet arbeidsmarkt in balans. Deze regelgeving treedt eveneens per 1 januari 2020 in werking.

Besluit Wfsv

Het Besluit Wfsv wordt per 1 januari 2020 aangepast in verband met de aanpassing van de premiedifferentiatie voor de WW en de afschaffing van de sectorfondsen.
De Wet arbeidsmarkt in balans introduceert een premiedifferentiatie naar contractduur: een lage premie bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd waarbij geen sprake mag zijn van een oproepovereenkomst. In de overige gevallen geldt een hoge premie. Met dit besluit wordt het vaste verschil tussen het hoge en het lage percentage vastgesteld op vijf procentpunten.
Voorts wordt met dit besluit geregeld dat in bepaalde situaties het lage percentage wordt herzien, ook als er sprake is (geweest) van een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en er geen sprake is (geweest) van een oproepovereenkomst. Hiermee wordt omzeiling van de hoge premie voorkomen in situaties waarbij in de eerste instantie naar de letter van de overeenkomst aan de voorwaarden voor de lage premie werd voldaan. Werkgevers zijn verantwoordelijk voor het met terugwerkende kracht afdragen van de hoge premie als er sprake van een herzieningssituatie. Dat betekent dat de werkgever verplicht is om zelf de ingediende loonaangiften te herzien door middel van correctieberichten. Van herziening is onder meer sprake als:

  1. de arbeidsovereenkomst eindigt binnen twee maanden na aanvang;

  2. de werknemer binnen een kalenderjaar meer dan 30% meer uren verloond krijgt dan contractueel voor dat jaar overeengekomen.

Twee andere herzieningssituaties (3. een werknemer krijgt binnen een jaar na aanvang van de dienstbetrekking een WW-uitkering door arbeidsuren- of inkomstenverlies bij de werkgever, en 4. werknemer krijgt een WW-uitkering toegekend, terwijl maximaal een jaar eerder bij dezelfde werkgever het lage percentage moest worden herzien op grond van herzieningssituatie 3) zullen nog niet per 2020 in werking treden .

Ten behoeve van de handhaving van de premiedifferentiatie moet een werkgever voor werknemers voor wie hij de lage premie afdraagt, een afschrift van de arbeidsovereenkomst opnemen in zijn loonadministratie. Tevens wordt in het Besluit opgenomen dat de lage premie nooit van toepassing kan zijn op arbeidsovereenkomsten met een uitzendbeding.

Ten behoeve van de uitvoerbaarheid over een geheel aangiftetijdvak dan wel de hoge, dan wel de lage premie worden afgedragen. Het peilmoment daarvoor is de eerste dag van het tijdvak. Als een werknemer bijvoorbeeld halverwege een aangiftetijdvak een vast contract krijgt, mag de werkgever vanaf het daaropvolgende aangiftetijdvak de lage premie afdragen. Hetzelfde geldt voor herzieningen: indien een herziening betrekking heeft op een deel van een aangiftetijdvak, is bepalend of de eerste dag van dat tijdvak onder de herzieningsperiode valt of niet.

Nadere regels over oproepovereenkomsten

In een tweede besluit wordt nader uitgewerkt dat consignatie-, bereikbaarheids- en aanwezigheidsdiensten niet onder oproepovereenkomsten vallen. Voorwaarde is daarbij dat daar een geldelijke vergoeding of compensatie in de vorm van betaalde vrije tijd tegenover staat. Voor consignatie- en bereikbaarheidsdiensten betreft die een vergoeding/compensatie per uur.

Bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, waarin naast één vast overeengekomen arbeidsduur (per week, per maand of per jaar als het loon gelijkmatig over het jaar is verspreid) bijzondere diensten worden opgelegd die voldoen aan de voorwaarden van dit besluit, dan kan de lage premie worden toegepast. Werkgevers zullen voor deze arbeidsovereenkomst in de loonadministratie en op de loonstrook mogen vermelden dat er geen sprake is van een oproepovereenkomst.

Bron: Min SZW, Besluit van 24-06-2019 tot wijziging van het Besluit Wfsv in verband met aanpassing van de premiedifferentiatie voor de WW en afschaffing van de sectorfondsen (Stb 2019, 236); Min SZW, Besluit van 19-06-2019, houdende Nadere regels over oproepovereenkomsten (Stb 2019, 233); Wet arbeidsmarkt in balans (Stb 2018, 219)