Melding betalingsonmacht geldt niet bij opzet of grove schuld

11 juni 2019

Daar een dga als bestuurder van een Ltd. is aangemerkt en al eerder is vastgesteld dat de Ltd. in Nederland is gevestigd en daarmee inhoudingsplichtig is voor het loon van de dga, is de dga terecht aansprakelijk gesteld voor de onbetaald gebleven naheffingsaanslagen. De door de Ltd. gedane melding van betalingsonmacht is volgens de rechtbank niet rechtsgeldig omdat de naheffingsaanslagen het gevolg zijn van opzet of grove schuld.

Een Engelse limited (hierna: Ltd.) heeft de in haar winst- en verliesrekening opgenomen director fees niet in haar loonadministratie verantwoord. Bovendien heeft de Ltd. naast toepassing van de 30%-regeling op declaratiebasis onbelaste kostenvergoedingen voor house- en livingallowances aan de twee directeur-grootaandeelhouders uitbetaald. Dit blijkt uit een boekenonderzoek van de Belastingdienst over 2009 tot en met 2014. De Ltd. heeft bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslagen loonheffingen en de opgelegde boetes. Rechtbank Den Haag heeft eerder het beroep tegen de uitspraak op bezwaar ongegrond verklaard. De Ltd. heeft de opgelegde naheffingsaanslagen, vergrijpboeten en de heffings- en belastingrente vervolgens niet betaald. In geschil voor Rechtbank Den Haag is of het terecht is dat de directeur-grootaandeelhouder (hierna: dga) aansprakelijk is gesteld. Ten aanzien van het ter inzage leggen van de op de zaak betrekking hebbende stukken overweegt de rechtbank dat, ondanks dat de inspecteur enkele op de zaak betrekking hebbende stukken pas heeft ingebracht bij de uitspraak op bezwaar, de dga hiermee niet is benadeeld. De dga heeft namelijk tijdens het hoorgesprek pas betwist bestuurder van de Ltd. te zijn, bovendien beschikte hij zelf al over de stukken (een formulier appointment of director or secretary, de oprichtingsakte van de Ltd. en de jaarstukken 2008 tot en met 2014). De rechtbank oordeelt dat de dga terecht als bestuurder is aangemerkt. Dit blijkt uit de inschrijving in de Companies House en director’s reports uit 2010 tot en met 2014, waarin de dga’s uitdrukkelijk als bestuurders werden vermeld. De Ltd. heeft op 31 maart 2017 een melding betalingsonmacht gedaan. De rechtbank oordeelt dat deze melding betalingsonmacht niet rechtsgeldig is. Eerder heeft Rechtbank Den Haag het beroep tegen onder meer de vergrijpboeten ongegrond verklaard. Vaststaat hiermee dat de naheffingsaanslagen het gevolg zijn van opzet of grove schuld. In het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet staat dat geen rechtsgeldige melding van betalingsonmacht kan worden gedaan voor een naheffingsaanslag die het gevolg is van opzet of grove schuld. Er is in deze zaak geen aanleiding om hierover anders te oordelen. Dit is alleen anders wanneer de dga aannemelijk maakt dat het feit dat de betalingsonmacht niet rechtsgeldig kon worden gemeld niet aan hem is te wijten. Aangezien de dga bestuurder was, nam hij voor de Ltd. de beslissingen en heeft hij feitelijk voor de Ltd. gehandeld. De grove schuld is daarmee rechtstreeks het gevolg van het handelen van de dga(‘s). Dat er voor de loonadministratie een deskundig kantoor is ingeschakeld doet niet ter zake. Het is daarom aan de dga te wijten dat er niet rechtsgeldig kon worden gemeld. De dga is niet voor een te hoog bedrag aansprakelijk gesteld. De ontvanger heeft de aansprakelijkstelling al bij beschikking verminderd met de vergrijpboeten en de invorderingsrente. Voor het overige volgt de rechtbank de berekeningen van de ontvanger. Ten aanzien van de heffings- en belastingrente oordeelt de rechtbank dat deze ook aan de dga zijn te wijten. De aansprakelijkheid is daarmee terecht en naar het juiste bedrag. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

In het eerdere beroep voor Rechtbank Den Haag tegen de uitspraak op bezwaar tegen de naheffingsaanslagen opgelegd aan de Ltd., was in geschil of de Ltd. in Nederland gevestigd is en zo ja, of Nederland volgens het belastingverdrag tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk heffingsbevoegd is. Wanneer de Ltd. niet in Nederland gevestigd is, wordt zij als inhoudingsplichtige beschouwd voor zover zij in Nederland een vaste inrichting heeft of een in Nederland wonende of gevestigde vaste vertegenwoordiger heeft of wanneer zij een of meer personen in dienst heeft voor wie zij zich als inhoudingsplichtige bij de inspecteur heeft gemeld. In beginsel moet ervan worden uitgegaan dat de werkelijke leiding van het lichaam berust bij zijn bestuur, en dat de vestigingsplaats overeenkomt met de plaats waar dit bestuur zijn leidinggevende taak uitoefent. De rechtbank oordeelde dat de bestuurders in Nederland wonen. Hierdoor is de Ltd. in Nederland gevestigd en daarmee inhoudingsplichtig voor het loon van de dga’s.

Wet: art. 36 Inv 1990
Jurisprudentie: Rb. Den Haag 21-3-2019, nr. AWB - 18 _ 5327 (gepubl. 27-5-2019) (ECLI:NL:RBDHA:2019:4864); Rb. Den Haag 11-9-2018, nr. AWB – 17 _ 2894 (ECLI:NL:RBDHA:2018:12021); HR 23-9-1992, nr. 27293 (ECLI:NL:HR:1992:ZC5105)

Loonzaken/Jacqueline Nietveld