Stelselmatig aangeven wijst niet op standpuntbepaling

14 mei 2019

Het door de adviseur stelselmatig aangeven van loon als winst uit onderneming, wil niet zeggen dat de inspecteur bewust een standpunt heeft ingenomen. Er is geen rechtsbeginsel geschonden en de inkomsten zijn terecht als loon uit dienstbetrekking aangemerkt.

Een actrice heeft een arbeidsovereenkomst met een stichting. In haar aangifte ib/pvv 2013 merkt zij het loon aan als winst uit onderneming waarop zij kosten in mindering brengt. Haar omzet bedroeg € 25.283. De inspecteur wijst de omzet aan als loon uit dienstbetrekking. In geschil is of de inspecteur de door de actrice ontvangen inkomsten van de stichting moet aanmerken als winst uit onderneming. Volgens de gemachtigde van de actrice heeft de Belastingdienst bij zijn cliënten, die artiesten of podiumkunstenaars zijn, de afgelopen 25 jaar verschillende soorten inkomsten als winst uit onderneming gekwalificeerd ook als er sprake was van loon uit dienstbetrekking. Dit gebeurde op verzoek van de gemachtigde of op basis van de aangifte. Omdat dit stelselmatig gebeurde is sprake van beleid of een bewuste standpuntbepaling. De inspecteur, die deze inkomsten aanmerkt als loon uit dienstbetrekking heeft hier gehandeld in strijd met het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. De gemachtigde beroept zich tevens op de meerderheidsregel. Ondanks de aanzienlijke hoeveelheid bijlagen bij het beroepschrift ter onderbouwing van de stelling van de gemachtigde van de actrice, oordeelt de rechtbank dat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat de inspecteur een rechtsbeginsel heeft geschonden. Uit de bijgevoegde bijlagen blijkt alleen dat de inspecteur onderzoek heeft gedaan naar de vraag of het loon van de desbetreffende cliënten van de gemachtigde tot de winst uit onderneming behoren en niets meer dan dat. Daarom hebben de gegevens op de bijlagen niet de betekenis die de gemachtigde daaraan verleent. Er is dus geen sprake van een standpuntbepaling of in rechte te beschermen vertrouwen gewekt dat de inkomsten van de actrice als winst uit onderneming zouden worden aangemerkt. Van geen van de aangevoerde belastingplichtigen zijn concrete gegevens overgelegd waaruit blijkt dat zij vergelijkbare werkzaamheden hebben verricht met vergelijkbare afspraken als die van de actrice met de stichting en dat hun inkomsten desondanks als winst uit onderneming zijn aangemerkt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Elke arbeidsverhouding dient te worden beoordeeld voor de kwalificatie van de inkomsten die daaruit voortvloeien. Indien loon uit dienstbetrekking tot de winst uit onderneming moet worden gerekend (absorptie) moet er een nauwe samenhang zijn tussen de werkzaamheden die als onderneming worden verricht en die in dienstbetrekking worden verricht. Bovendien moeten de werkzaamheden die in dienstbetrekking worden verricht ondergeschikt zijn aan de werkzaamheden verricht in de onderneming. Dit laatste was zeker niet het geval in deze casus. Naast het loon uit dienstbetrekking had de actrice een uitkering van het UWV.

Wet: art. 3.8 Wet IB 2001
Jurisprudentie: Rb. Noord-Holland 29-3-2019 nr. AWB – 18_2729 (ECLI:NL:RBNHO:2019:2498), Hof Den Bosch 2-4-1976, nr. 1119/1974 (ECLI:NL:GHSHE:1976:AX3729)

Loonzaken/Jacqueline Nietveld