Door geld uit te lenen komt adviseur in de problemen

06 mei 2019

Een belastingadviseur moet zijn werk in onafhankelijkheid ten opzichte van zijn cliënt kunnen uitoefenen. Handelen waardoor de onafhankelijkheid als adviseur in gevaar komt, geeft een werkgever van de adviseur een gegronde reden voor ontslag. Bovendien handelt de adviseur in strijd met het tuchtrecht van zijn beroepsorganisatie.

Een belastingadviseur is in 2011 in dienst getreden bij een accountantskantoor. Als werknemer is de adviseur akkoord gegaan met de bepalingen in het Handboek van zijn werkgever. In dit Handboek staat dat de werknemer zich moet houden aan een aantal fundamentele beginselen. Bedreigingen van die fundamentele beginselen door eigen belang moeten werknemers zien te voorkomen. Eén van die bedreigingen is het aanhouden van een financieel belang in een cliënt. Een andere bedreiging is een te nauwe zakelijke relatie met de cliënt. De belastingadviseur is ook lid van het Register Belastingadviseurs (RB). Op grond daarvan moet hij zich houden aan tuchtrechtelijke bepalingen. Hij moet vermijden dat zijn vrijheid en onafhankelijkheid in de uitoefening van het beroep in gevaar komen. Hij mag daarom niets doen waardoor zijn onafhankelijkheid in gevaar komt.

De belastingadviseur heeft aan een cliënt van het kantoor in privé een hypothecaire geldlening van € 200.000 verstrekt. Toen de werkgever hier achter is gekomen, heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst ontbonden. In geschil bij Hof Arnhem-Leeuwarden is de vraag of de adviseur ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, zodat de werkgever de arbeidsovereenkomst kan ontbinden. Het hof volgt de kantonrechter in zijn oordeel dat de adviseur gebonden is aan het kwaliteitshandboek van zijn werkgever. Gezien de gedragsregels van het RB en het kwaliteitshandboek van de werkgever, is het verstrekken van een geldlening van € 200.000 door de adviseur zonder toestemming van de werkgever aan de cliënt niet verenigbaar met de onafhankelijke functie van het beroep van belastingadviseur. Dit kan anders zijn als de werkgever/accountant daarvoor toestemming heeft gegeven, maar dat is niet het geval. De belastingadviseur heeft zijn werkgever nooit expliciet geïnformeerd over het voornemen van het verstrekken van een geldlening, zodat er ook geen toestemming kan zijn. Ontslag is terecht.

Volgens het hof is het handelen van de werknemer verwijtbaar en een reden voor ontslag. Het handelen is echter niet zo ernstig verwijtbaar dat de adviseur geen recht heeft op een transitievergoeding. Een belastingadviseur mag, met toestemming van zijn werkgever, geld uitlenen aan cliënten. De werknemer heeft bovendien nooit de bedoeling gehad gegevens voor zijn werkgever te verzwijgen. De werknemer had ook naar zijn cliënt toe expliciet moeten aangeven dat accountants/adviseurs niet mogen investeren in het bedrijf van hun cliënt, maar dat heeft hij niet gedaan.

Wet: art.7:669 lid 3 sub e en 7:673 lid 7 sub c BW
Jurisprudenitie: Hof Den Haag 16-4-2019, nr. 200.242.688/01 (gepubl. 2-5-2019) (ECLI:NL:GHDHA:2019:870); Rb. Rotterdam 19-4-2018, nr. 6648039 VZ VERZ 18-2265 (gepubl. 3-5-2018) (ECLI:NL:RBROT:2018:3440)