Dga komt niet in aanmerking voor WW-uitkering

07 mei 2019

Een arbeidsovereenkomst tussen een bv en haar directeur wordt voor de WW niet als dienstbetrekking aangemerkt indien sprake is van een directeur-grootaandeelhouder. Er is volgens de wet geen ruimte voor afwijking of belangenafweging.

Belanghebbende was sinds 5 november 2012 bestuurder en directeur-grootaandeelhouder van bv A. Op 8 november 2013 heeft de dga een WW-uitkering aangevraagd per 1 november 2013 in verband met zijn ontslag bij bv A. Het UWV heeft de WW-uitkering bij besluit van 12 november 2013 aan de dga toegekend. Bij besluit van 1 maart 2018 heeft het UWV haar besluit van 12 november 2013 herroepen en de WW-uitkering over de periode van 1 november 2013 tot en met 1 maart 2016 herzien en € 64.938,96 bruto aan teveel uitbetaalde WW-uitkering van de dga teruggevorderd. Volgens het UWV was de dga op 1 november 2013 niet verzekerd voor de WW, omdat hij toen dga was van bv A. De dga is het hier niet mee eens. In geschil is de vraag of het UWV de WW-uitkering terecht heeft herzien.

De rechtbank oordeelt dat de arbeidsovereenkomst tussen een bv en haar directeur op grond van art. 6, eerste lid, aanhef en onder d, van de WW niet als dienstbetrekking wordt aangemerkt indien sprake is van een dga. Dit artikel laat geen beleidsruimte voor afwijking of een belangenafweging.

De dga stelt dat hij weliswaar directeur-grootaandeelhouder was van bv A maar vanuit die positie een arbeidsovereenkomst had met een bv B. Of tussen bv B en de dga sprake was van gezag, loon en arbeid en daarmee van een arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:610 van het Burgerlijk Wetboek is niet relevant, nu de WW-aanvraag van de dga zag op het einde van zijn betrekking met bv A.

De verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen van de dga staat in de praktijk regelmatig ter discussie. De discussie ziet meestal op de vraag of de relatie tussen de dga in privé en de werkmaatschappij (i.c. bv B) als dienstbetrekking kan worden aangemerkt als twee juridische partijen entiteiten contracteren.
In deze uitspraak is de relatie tussen de dga en zijn eigen bv (i.c. bv A) in geschil. Art. 6 lid 1 onderdeel d WW bepaalt dat de arbeidsverhouding van de dga uitgezonderd is als dienstbetrekking. Wie als dga wordt beschouwd, is uitgewerkt in de Regeling dga 2016. Nu de dga voldoet aan de definitie van de Regeling dga 2016 is het oordeel van de rechtbank weinig verrassend.
De uitspraak biedt onvoldoende feiten om te kunnen beoordelen of belanghebbende mogelijk op grond van zijn betrekking bij bv B verzekerd was voor de werknemersverzekeringen. Nu de WW-uitkering is aangevraagd op grond van zijn betrekking bij bv A is deze vraag niet relevant voor de procedure.

Wet: art. 6 lid a aanhef en onder d WW; art. 7:610 BW
Jurisprudentie: Rb. Midden-Nederland 29-04-2019, nr. UTR 18/3410 (ECLI:NL:RBMNE:2019:1947)

Loonzaken/Edith de Bourgraaf