Minimumloon viert vijftig jaar bestaan

25 februari 2019

Op 23 februari 2019 was het vijftig jaar geleden dat het wettelijk minimumloon van kracht werd. Het percentage werknemers dat het minimumloon verdient, is in de eerste decennia na invoering voortdurend gedaald. In de jaren negentig steeg het enkele jaren, waarna het weer daalde. Vanaf de millenniumwisseling ligt het, volgens het CBS, vrijwel stabiel. Iets meer dan 6% van de werknemersbanen werd in 2017 betaald volgens het minimumloon.

Het eerste wettelijk minimumloon in 1969 bedroeg 606,70 gulden per maand, oftewel € 275,31. Vanaf 1 januari 2019 geldt voor voltijders een minimum van € 1.615,80. Voor deeltijders geldt een minimumloon naar evenredigheid van hun arbeidsduur.

In de jaren tachtig werden de lonen lange tijd bevroren en werd ook ingegrepen in het minimumloon. In die periode werd ook de arbeidstijdverkorting doorgevoerd. Resultaat van dit alles was dat het bruto minimummaandloon geruime tijd vrijwel gelijk bleef. De grondslag voor dit maandloon werd wel een kleiner aantal werkuren. Ook in de eerste helft van de jaren negentig werd het minimumloon enkele jaren op hetzelfde niveau gehouden.

Vanaf midden jaren negentig loopt het minimumloon in de pas met de cao-lonen. Omdat het minimumloon de grondslag vormt voor een aantal uitkeringen zoals de bijstand en de AOW spreekt men hierbij van de koppeling tussen lonen en uitkeringen. De ontwikkeling van het minimumloon (en de cao-lonen) ging iets sneller dan die van de prijzen. Vanaf de invoering tot 2018 is het minimumloon 5,7 keer zo hoog geworden. De consumentenprijzen werden in deze periode 4,8 keer zo hoog.

Relatief de meeste banen die op het minimumloon zitten zijn te vinden in de verhuur en overige zakelijke diensten (14%). Binnen deze groep bevinden zich de uitzendkrachten. Ook in de horeca zitten relatief veel banen op het minimumloon (10%). Bedrijfstakken met relatief zeer weinig minimumloonbanen zijn de delfstoffenwinning en de energievoorziening. Ook in bedrijfstakken als de industrie, de bouw en het onderwijs werken minder mensen tegen het minimumloon dan gemiddeld.

Onder de jongeren van 20 tot 25 jaar krijgt iets minder dan 20% minimumloon, onder jongeren van 15 tot 20 jaar is dit 15%. Voor jongeren onder de 22 geldt overigens een lager minimumloon.

Onder 25- tot 30-jarigen krijgt 8% minimumloon. In de leeftijdsgroepen hierboven, 30- tot 65-jarigen, verdient maar minder dan 5% van de werknemers minimumloon. Onder 65-plussers ligt het percentage minimumloners wel weer wat hoger.

Kijken we naar de nationaliteit van de werknemer, dan krijgen mensen met de Nederlandse nationaliteit het minst vaak minimumloon (5,7%). Bij niet-Nederlandse werknemers uit de voormalige EU-15 en bij werknemers van buiten de EU ligt dit echter niet veel hoger. Van de werknemers uit de nieuwere EU-lidstaten zoals Polen werkt daarentegen bijna een kwart voor het minimumloon.

Bron: cbs.nl, 22-2-2019