Reden levering aandelen relevant voor pseudo-eindheffing

21 februari 2019

Een werkgever die een werknemer laat participeren in een aandelenplan moet voor de toepassing van de pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding een onderscheid maken tussen aandelenoptierechten en rechten op levering van de aandelen zelf. De laatste categorie telt mee bij het bepalen van de eindheffing excessieve vertrekvergoeding.

Een chief financial officer (CFO) van een vennootschap is sinds 1981 werkzaam voor die vennootschap en hij is lid van de raad van bestuur. Voor zijn dienstbetrekking heeft de CFO deelgenomen aan het Executive Short-Term Incentive Plan (STI Plan) en het Executive Long-Term incentive Plan (LTI Plan). Het STI Plan en LTI Plan voorzien in toekenning van aandelen en contanten aan de CFO bij het voldoen aan bepaalde criteria. Op 3 november 2014 heeft de CFO een vaststellingsovereenkomst met zijn werkgever gesloten om de arbeidsovereenkomst per 1 mei 2015 te ontbinden. In 2015 en 2016 heeft de CFO aandelen in de vennootschap ontvangen. In het loon van de CFO van 2015 en 2016 is een bedrag van telkens bijna € 2 miljoen per jaar aan waarde van aandelen begrepen. De Belastingdienst heeft een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd voor de pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding. In geschil bij Rechtbank Noord-Holland is de toepassing van de pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding op de waarde van het recht op levering van de aandelen. De pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding ziet niet op het gedeelte van het loon dat ziet op de uitoefening of vervreemding van een aandelenoptierecht. Volgens de rechtbank voorziet het LTI Plan in een recht op levering van de aandelen en dat is iets anders dan een aandelenoptierecht. De rechtbank geeft een definitie van een aandelenoptierecht. Een aandelenoptierecht zijn de in het kader van een dienstbetrekking of vroegere dienstbetrekking met een werknemer overeengekomen rechten om een of meer aandelen of daarmee gelijk te stellen rechten te verwerven in de inhoudingsplichtige vennootschap. Het recht op levering van aandelen zoals in dit geval zijn de aandelen zelf en moet voor de loonbelasting gelijkgesteld worden met levering van de aandelen. De pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding is van toepassing.

Wet: art. 32bb Wet LB 1964
Jurisprudentie: Rb. Noord-Holland 30-01-2019 (publ. 19-02-2019), nr. HAA 17/3636 (ECLI:NL:RBNHO:2019:1012)