Geen voorrangsregel voor diverse aansprakelijkstellingen

17 januari 2019

De ontvanger van de belastingen is niet verplicht om eerst de bestuurder van een bv., die personeel uitleent, aansprakelijk te stellen voor onbetaalde loon- en omzetbelastingschulden. De ontvanger mag de inlener als eerste aansprakelijk stellen als hem dat het beste lijkt.

Een bv, een asbestverwijderaar, had personeel ingeleend van een ander bedrijf. Het andere bedrijf had te weinig loonheffingen afgedragen over de uren die zij aan de bv verloonde. De ontvanger stelde vervolgens de bv als inlener aansprakelijk voor de onbetaalde loonheffingen. De bv ging tegen die aansprakelijkstelling in bezwaar en beroep.

Voor Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt de bv dat niet is gebleken dat de ontvanger pogingen heeft gedaan om eerst de bestuurders van de uitlener aansprakelijk te stellen. Maar de rechtbank wijst de bv erop dat dit niet van belang is. De wet bevat geen voorrangsregels voor de diverse aansprakelijkstellingen. De ontvanger is dus niet verplicht om te wachten met het aansprakelijk stellen van de inlener totdat de mogelijkheden van bestuurdersaansprakelijkheid zijn uitgeput. In deze zaak zijn de partijen het er wel over eens dat de inlener voor een te hoog bedrag aansprakelijk is gesteld. De rechtbank verlaagt daarom het bedrag van de aansprakelijkstelling.

 

Wet: art. 34 IW 1990; art. 34.3 Leidraad Invordering 2008

Jurisprudentie: Rb. Zeeland-West-Brabant 31-07-2018 (publ. 16-01-2019), BRE - 17 _ 506 (ECLI:NL:RBZWB:2018:4570)