Koolmees houdt vast aan proeftijd Wab

15 januari 2019

Minister Koolmees van Sociale Zaken houdt vast aan de uitbreiding van de proeftijd in het arbeidsrecht. Dat blijkt uit antwoorden op schriftelijke vragen over de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab).

Diverse arbeidsrechtexperts uitten eind vorig jaar felle kritiek op het voornemen de proeftijd bij nieuwe vaste contracten te verlengen tot vijf maanden. Dat zou schijnconstructies en misbruik in de hand werken, en werknemers vijf maanden in onzekerheid brengen over hun contract. Diverse oppositiepartijen in de Tweede Kamer vroegen Koolmees daarom af te zien van deze maatregel.

De minister is dat echter niet van plan. In antwoord op de schriftelijke vragen stelt hij dat de proeftijd nodig is om werkgevers meer duidelijkheid te geven of de werknemer geschikt is voor zijn functie. Omdat de huidige proeftijd van een maand daarvoor te kort is, krijgen nieuwe personeelsleden daarom nu vaak eerst een tijdelijk contract. De langere proeftijd moet het aantrekkelijk maken om juist wel meteen een vast contract aan te bieden, schrijft Koolmees.

De minister wijst er daarbij op dat de wetswijziging ook bepalingen omvat die misbruik moeten tegengaan. Zo gaat de WW-premie omhoog bij werkgevers die werknemers een tijdelijk contract aanbieden. Als een werkgever een werknemer tijdens de proeftijd ontslaat, moet hij ook dan een hogere WW-premie betalen. Ook zijn werkgevers niet verplicht de maximale periode van vijf maanden aan te houden, maar mogen ze ook kortere proeftijden aanbieden.

Bron: Sconline 9-01-2019; TK 2018-2019, 35 074, nr. 9