Woon-werkkilometers waren niet zakelijk

14 januari 2019

Een ondernemer-werknemer gebruikt een auto die tot haar ondernemersvermogen behoort ook voor woon-werkverkeer naar haar werkgever. Omdat haar loon uit dienstbetrekking geen onderdeel uitmaakt van haar winst en geen vergoeding voor privégebruik bij haar winst is geteld, kwalificeren die woon-werkkilometers niet als zakelijk.

Een therapeute is ondernemer en werkt daarnaast in loondienst bij een werkgever in Den Haag. De werkgever stelt mede voor privédoeleinden een Citroën aan de therapeute ter beschikking en doet een forfaitaire bijtelling voor privégebruik. De auto wordt in hoofdzaak door haar echtgenoot gebruikt. Vanaf mei 2012 gebruikt zij (tevens) een auto die tot het ondernemingsvermogen hoort. Deze auto – een Peugeot – wordt alleen door haar gebruikt. De inspecteur corrigeert na een boekenonderzoek haar winst uit onderneming met een bijtelling voor privégebruik van de Peugeot. De therapeute gebruikt, blijkens de rittenadministratie, de Peugeot in 2012 op 95 dagen voor woon-werkverkeer voor haar dienstbetrekking. Het gaat om 1.282,5 kilometer. De rechtbank oordeelt met de inspecteur dat deze kilometers als privégebruik moeten worden aangemerkt, tenzij een vergoeding voor de kosten van dat privégebruik bij de winst is geteld of het loon uit dienstbetrekking deel uitmaakt van de winst uit onderneming. De rechtbank baseert zich daarbij op een arrest van de Hoge Raad van 16 mei 2001. De therapeute stelt zich op het standpunt dat uit het arrest van de Hoge Raad van 11 november 2011 blijkt dat haar woon-werkkilometers niet als privégebruik kwalificeren. Rechtbank Den Haag oordeelt dat dit arrest hier niet van toepassing is. Het arrest gaat over een geval waarin een auto door de werkgever aan de belastingplichtige ter beschikking is gesteld en waarin de belastingplichtige deze gebruikt voor woon-werkverkeer tussen zijn woning en de vestiging van zijn werkgever. In dit geval is ook sprake van woon-werkverkeer maar niet met de Citroën van haar werkgever, maar met de Peugeot. De inspecteur heeft de bijtelling terecht toegepast.

Hof Den Haag bevestigt het oordeel van de rechtbank. De therapeute voert aan dat zij de administratie op het huisadres voert en de praktijk op een ander adres. De kilometers van huis naar de werkgever en weer terug en vanaf de praktijk en weer terug zijn volgens haar zakelijke kilometers. Omdat het loon uit dienstbetrekking geen onderdeel uitmaakt van de winst uit onderneming en de therapeute ook geen vergoeding voor privégebruik bij haar winst heeft geteld, kwalificeren de kilometers als privékilometers. Zij heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat zij de onderneming niet zou kunnen uitoefenen zonder de Peugeot. In hoger beroep heeft zij onder meer nog aangevoerd dat er sprake is van ongelijke behandeling, omdat voor ambulante werknemers en zzp’ers andere regels voor woon-werkverkeer gelden. Omdat de inspecteur en het hof zich niet hebben kunnen voorbereiden op deze stelling oordeelt het hof dat de stellingen, als zijnde tardief, buiten behandeling moeten blijven. De kosten voor privégebruik zijn ook niet onredelijk hoog in verhouding tot de met dat gebruik gemoeide feitelijke kosten.

Een duidelijk en terecht oordeel van de rechtbank en het hof. Het woon-werkverkeer van en naar de werkgever met de Peugeot was niet noodzakelijk voor de uitoefening van de onderneming en de Peugeot was niet door de werkgever ter beschikking gesteld. Hierdoor is geen sprake van zakelijke kilometers.

Wet: art. 3.20 lid 4 Wet IB 2001; art. 13bis lid 4 Wet LB 1964
Jurisprudentie: Hof Den Haag 18-12-2018, nr. BK-18/00011 (ECLI:NL:GHDHA:2018:3636); Rb. Den Haag 15-11-2017, nr. SGR 17/2535 (ECLI:NL:RBDHA:2017:15281); HR 16-05-2001, nr. 36336 (ECLI:NL:HR:2001:AB1609); HR 11-11-2011, nr. 10/05389 (ECLI:NL:HR:2011:BU3782)

Loonzaken/Jacqueline Nietveld