Eerst alle handtekeningen, dan pas afdrachtvermindering

17 december 2018

In lijn met haar eerdere uitspraken bepaalt de Hoge Raad dat op het moment van toepassing van de afdrachtvermindering onderwijs aan alle formele vereisten moet zijn voldaan. De afdrachtvermindering kan dus pas worden toegepast vanaf het moment dat alle handtekeningen zijn gezet.

Een vennootschap heeft per 1 oktober 2011 acht werknemers laten inschrijven voor de beroepsbegeleidende leerweg van de in het Centraal Register Beroepsonderwijs vermelde beroepsopleidingen ‘Commercieel Medewerker Binnendienst’ en ‘Commercieel Medewerker Marketing en Communicatie’. De werknemers zijn ingeschreven bij een door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkende opleider voor mbo-onderwijs.

Op 1 oktober 2011 zijn voor alle ingeschreven werknemers praktijkovereenkomsten (POK) voor de beroepsopleidingen opgemaakt. In alle gevallen hebben de vennootschap, de onderwijsinstelling en de werknemer de praktijkovereenkomsten ondertekend op 1 oktober 2011. Eveneens in alle gevallen zijn de POK’s op 26 maart 2012 ondertekend door het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven voor economisch administratieve, ICT- en veiligheidsberoepen.

De vennootschap heeft voor de jaren 2011, 2012 en 2013 de afdrachtvermindering onderwijs toegepast. De toegepaste afdrachtvermindering heeft betrekking op door de werknemers gevolgde deelkwalificaties van de opleidingen.

In cassatie is alleen nog in geschil of het gegeven dat de POK’s pas op 26 maart 2012 door het kenniscentrum zijn ondertekend, meebrengt dat de afdrachtvermindering eerst pas na die datum kan worden toegepast.

De Wet vermindering afdracht loonbelasting en premies volksverzekeringen (WVA) bepaalt dat voor toepassing van de afdrachtvermindering onderwijs de betrokken werknemer de beroepspraktijkvorming moet volgen van de beroepsbegeleidende leerweg van een beroepsopleiding op de grondslag van een POK die is gesloten door de onderwijsinstelling, het leerbedrijf en de werknemer en mede is ondertekend door het bestuur van het desbetreffende kenniscentrum beroepsopleiding bedrijfsleven.

Aan de genoemde voorwaarden moet zijn voldaan op het moment waarop de in een tijdvak ingehouden belasting op aangifte wordt afgedragen. Volgens de Hoge Raad is voor vermindering van de afdracht dus een op schrift gestelde overeenkomst vereist, mede ondertekend door of namens het bestuur van het desbetreffende kenniscentrum beroepsopleiding bedrijfsleven. De afdrachtvermindering kan derhalve eerst na 26 maart 2012 worden toegepast.

De Hoge Raad heeft al eerder ten aanzien van de WVA bepaald dat aan de formele vereisten moet zijn voldaan op het moment waarop de in een tijdvak ingehouden belasting op aangifte wordt afgedragen. Deze uitspraak is dan ook geen verrassing.

Loonzaken/Laura Jentink

Wet: art. 14 lid 1 onderdeel a WVA (tekst 2012 en 2013); art. 7.2.10 lid 1 WEB, art. 8.1.3. WEB

Jurisprudentie: HR 14-12-2018, nr. 18/02746 (ECLI:NL:HR:2018:2259); HR 14-12-2018, nr. 18/02747 (ECLI:NL:HR:2018:2307); Hof Arnhem-Leeuwarden 15-05-2018, nr. 17/00208 t/m 17/00210 (ECLI:NL:GHARL:2018:4408); HR 15-01-2016, 15/00350 (ECLI:NL:HR:2016:38); HR 22-09-2017, 16/03857 (ECLI:NL:HR:2017:2436); HR 22-09-2017, 16/05616 (ECLI:NL:HR:2017:2421); HR 22-09-2017, 16/05615 (ECLI:NL:HR:2017:2438); HR 22-09-2017, 16/03830 (ECLI:NL:HR:2017:2434)